15.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 59/49
Beroep ingesteld op 29 december 2015 — Fiat Chrysler Finance Europe/Commissie
(Zaak T-759/15)
(2016/C 059/57)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Fiat Chrysler Finance Europe (FCFE) (Luxemburg, Luxemburg) (vertegenwoordigers: J. Rodriguez, Solicitor, M. Engel en G. Maisto, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep tot nietigverklaring ontvankelijk verklaren;
—
de artikelen 1 tot en met 4 van het besluit van de Commissie van 21 oktober 2015 gericht tot het Groothertogdom Luxemburg („Luxemburg”) in de zaak SA.38375 (2914/C ex 2014 NN) („bestreden besluit”) nietig verklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten van FCFE.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, inhoudend dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 107 VWEU omdat de Commissie het concept „selectief voordeel” onjuist heeft toegepast en niet heeft aangetoond dat de APA de mededinging heeft beperkt.
2.
Tweede middel, inhoudend dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 296, lid 2, VWEU en met de motiveringsplicht doordat de Commissie niet heeft toegelicht hoe zij het zakelijkheidsbeginsel afleidt uit het Unierecht, of wat het beginsel überhaupt inhoudt, en doordat zij de gevolgen van APA op de mededinging oppervlakkig heeft beschreven.
3.
Derde middel, inhoudend dat het bestreden besluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel aangezien de door de Commissie gehanteerde nieuwe formulering van het zakelijkheidsbeginsel onzekerheid en verwarring veroorzaakt wat betreft een voorafgaande verrekenprijsafspraak. Daarbij komt dat elke vorm van verrekenprijzen in strijd kan zijn met EU-staatssteunregels.
4.
Vierde middel, inhoudend dat het bestreden besluit in strijd is met het beginsel van gewettigd vertrouwen, aangezien de Commissie gewettigd vertrouwen heeft opgewekt dat zij met het oog op staatssteun verrekenprijsafspraken zou beoordelen op basis van de OESO-richtsnoeren, en haar plotselinge afwijking hiervan heeft het beginsel van gewettigd vertrouwen geschonden.
Full & Egal Universal Law Academy