14.3.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/49
Beroep ingesteld op 29 december 2015 — Quanta Storage/Commissie
(Zaak T-772/15)
(2016/C 098/64)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Quanta Storage, Inc. (Taoyuan City, Taiwan) (vertegenwoordigers: B. Hartnett, Barrister, O. Geiss, advocaat, en W. Sparks, Solicitor)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van de Commissie van 21 oktober 2015 in de zaak AT.39639 — Optical Disk Drives, betreffende een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst, nietig verklaren voor zover dit besluit op verzoekster betrekking heeft;
—
subsidiair, de aan verzoekster opgelegde geldboete verlagen;
—
verweerster verwijzen in de kosten van verzoekster.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, inhoudend dat de Commissie de verdedigingsrechten van verzoekster, de motiveringsplicht en het recht op behoorlijk bestuur heeft geschonden.
—
Het bestreden besluit is gebaseerd op een constatering van overtredingen die verzoekster tijdens de administratieve procedure niet is voorgelegd.
—
Het bestreden besluit is gebaseerd op veronderstellingen over de marktransparantie die de Commissie niet volledig heeft geverifieerd.
2.
Tweede middel, inhoudend dat de afwijking tussen het dispositief van het bestreden besluit en de motivering van de Commissie ten aanzien van de duur van de inbreuk met betrekking tot Hewlett Packard, een kennelijk onjuiste toepassing van het recht oplevert en in strijd is met de motiveringsplicht.
3.
Derde middel, inhoudend dat de Commissie niet heeft aangetoond en onvoldoende heeft onderbouwd dat verzoekster zou hebben deelgenomen aan één enkele en voortdurende inbreuk.
—
Verzoekster heeft tussen 14 februari 2008 en 9 april 2008 niet deelgenomen aan de beweerde inbreuk.
—
Verzoekster heeft tussen 10 april 2008 en 27 oktober 2008 niet deelgenomen aan de beweerde inbreuk.
—
Verzoekster heeft op 28 oktober 2008 niet aan enige inbreuk deelgenomen.
—
Er is onvoldoende bewijs om aan te tonen dat verzoekster bekend was met het totaalplan van het kartel of met de algemene reikwijdte en wezenlijke kenmerken ervan.
—
Rechtsgevolgen van het feit dat de Commissie de beweerde inbreuk niet heeft bewezen.
4.
Vierde middel, inhoudend dat de Commissie niet overeenkomstig de geldende juridische en bewijsnormen heeft aangetoond dat zij bevoegd was om artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst toe te passen.
5.
Vijfde middel, inhoudend dat de Commissie feitelijk en rechtens kennelijke fouten heeft gemaakt bij de berekening van de hoogte van de geldboete, en haar motiveringsplicht heeft geschonden.
—
De Commissie heeft feitelijk en rechtens fouten gemaakt bij de berekening van het basisbedrag en op dit punt geen motivering gegeven.
—
De Commissie heeft niet de beste beschikbare gegevens over de waarde van verzoeksters omzet gebruikt.
—
De Commissie heeft het beginsel van gelijke behandeling bij de berekening van het basisbedrag geschonden.
—
De Commissie heeft beoordelingsfouten gemaakt bij de beoordeling van de ernst en van de vraag of er verzachtende omstandigheden waren.
Full & Egal Universal Law Academy