6.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 374/5
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 7 september 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d’État — Frankrijk) — Eqiom SAS, voorheen Holcim France SAS, Enka SA/Ministre des Finances et des Comptes publics
(Zaak C-6/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Directe belastingen - Vrijheid van vestiging - Vrij verkeer van kapitaal - Bronbelasting - Richtlijn 90/435/EEG - Artikel 1, lid 2 - Artikel 5, lid 1 - Vrijstelling - Dividenden die een ingezeten dochteronderneming uitkeert aan een niet-ingezeten moedermaatschappij die direct of indirect in handen is van ingezetenen van een derde staat - Vermoeden - Belastingfraude, -ontwijking en -misbruik))
(2017/C 374/06)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d’État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Eqiom SAS, voorheen Holcim France SAS, Enka SA
Verwerende partij: Ministre des Finances et des Comptes publics
Dictum
Artikel 1, lid 2, van richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/123/EG van de Raad van 22 december 2003, alsmede artikel 49 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke belastingregeling als die in het hoofdgeding, volgens welke als voorwaarde voor het belastingvoordeel van artikel 5, lid 1, van deze richtlijn — namelijk vrijstelling van bronbelasting voor winstuitkeringen van een ingezeten dochteronderneming aan een niet-ingezeten moedermaatschappij wanneer deze moedermaatschappij direct of indirect wordt gecontroleerd door een of meer ingezetenen van een derde staat — geldt dat deze moedermaatschappij aantoont dat de keten van deelnemingen niet als voornaamste doel of als een van haar voornaamste doelen heeft, voordeel te halen uit deze vrijstelling.
(1) PB C 106 van 21.3.2016.