3.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/12
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 4 mei 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus — Finland) — procedure ingeleid door A Oy
(Zaak C-33/16) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 148, onder d) - Vrijstelling - Diensten die voor de rechtstreekse behoeften van schepen voor de vaart op volle zee en hun lading worden verricht - Laden en lossen van een schip, uitgevoerd door een onderaannemer voor rekening van een tussenpersoon])
(2017/C 213/13)
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein hallinto-oikeus
Partijen in het hoofdgeding
A Oy
in tegenwoordigheid van: Veronsaajien oikeudenvalvontayksikkö
Dictum
1)
Artikel 148, onder d), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip diensten zijn die worden verricht voor de rechtstreekse behoeften van de lading van de in artikel 148, onder a), van die richtlijn bedoelde schepen.
2)
Artikel 148, onder d), van richtlijn 2006/112 moet aldus worden uitgelegd dat niet alleen hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip als bedoeld in artikel 148, onder a), van die richtlijn die plaatsvinden in de eindhandelsfase van een dergelijke dienst, kunnen worden vrijgesteld, maar tevens in een eerdere fase verrichte diensten, zoals een dienst verricht door een onderaannemer voor een ondernemer die deze vervolgens doorberekent aan een transit- of vervoeronderneming, en dat ook hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip die worden verricht voor degene die deze lading onder zich heeft, zoals de exporteur of de importeur ervan, kunnen worden vrijgesteld.
(1) PB C 111 van 29.3.2016.