24.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 239/11
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 17 mei 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Okresný súd Dunajská Streda — Slowakije) — ERGO Poist’ovňa, a.s./Alžbeta Barlíková
(Zaak C-48/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Zelfstandige handelsagenten - Richtlijn 86/653/EEG - Provisie van de handelsagent - Artikel 11 - Gedeeltelijke niet-uitvoering van de overeenkomst tussen de derde en de principaal - Gevolgen voor het recht op provisie - Begrip „omstandigheden die aan de principaal te wijten zijn”))
(2017/C 239/14)
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Okresný súd Dunajská Streda
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ERGO Poist’ovňa, a.s.
Verwerende partij: Alžbeta Barlíková
Dictum
1)
Artikel 11, lid 1, eerste streepje, van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten moet aldus worden uitgelegd dat het niet alleen betrekking heeft op gevallen van volledige niet-uitvoering van de overeenkomst tussen de principaal en de derde maar ook op gevallen waarin deze overeenkomst niet volledig is uitgevoerd, bijvoorbeeld wanneer het aantal beoogde transacties niet is bereikt of de duur van deze overeenkomst niet wordt nageleefd.
2)
Artikel 11, leden 2 en 3, van richtlijn 86/653 moet aldus worden uitgelegd dat een beding in een handelsagentuurovereenkomst op grond waarvan de agent een evenredig deel van zijn provisie moet terugbetalen indien de overeenkomst tussen de principaal en de derde niet volledig is uitgevoerd, geen „afwijking ten nadele van de handelsagent” in de zin van dit artikel 11, lid 3, is indien het terug te betalen deel van de provisie evenredig is aan de mate van niet-uitvoering van deze overeenkomst en op voorwaarde dat deze niet-uitvoering niet terug te voeren is op omstandigheden die aan de principaal te wijten zijn.
3)
Artikel 11, lid 1, tweede streepje, van richtlijn 86/653 moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „omstandigheden die aan de principaal te wijten zijn” niet enkel betrekking heeft op de juridische gronden die rechtstreeks tot de beëindiging van de overeenkomst tussen de principaal en de derde hebben geleid maar ziet op alle aan de principaal te wijten juridische en feitelijke omstandigheden die aan de niet-uitvoering van deze overeenkomst ten grondslag liggen.
(1) PB C 136 van 18.4.2016.