29.5.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 168/15
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 6 april 2017 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-58/16) (1)
((Niet-nakoming - Verhoging van de veiligheid van havens - Richtlijn 2005/65/EG - Artikel 2, lid 3, en artikelen 6, 7 en 9 - Schending - Geen havenveiligheidsbeoordeling - Havengrenzen, havenveiligheidsplan en havenveiligheidsfunctionaris - Geen definitie))
(2017/C 168/18)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en L. Nicolae, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en R. Kanitz, gemachtigden)
Dictum
1)
Doordat zij er niet voor heeft gezorgd dat voor de Duitse havens van Düsseldorf, Köln-Niehl I, Godorf, Duisburg-Rheinhausen, Neuss, Duisburg Außen-/Parallelhafen, Krefeld-Linn, Stromhafen Krefeld, Duisburg Ruhrort-Meiderich, Gelsenkirchen en Mülheim, gelegen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen (Duitsland), de havengrenzen werden vastgesteld, havenveiligheidsbeoordelingen en havenveiligheidsplannen werden goedgekeurd, en een havenveiligheidsfunctionaris werd erkend, is de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 2, lid 3, en de artikelen 6, 7 en 9 van richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens.
2)
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 118 van 4.4.2016.