4.9.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 293/6
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 13 juli 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Najvyšší súd Slovenskej republiky — Slowakije) — Radosław Szoja/Sociálna poisťovňa
(Zaak C-89/16) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Toepassing van de socialezekerheidsregelingen - Migrerende werknemers - Persoon die werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst in twee verschillende lidstaten verricht - Vaststelling van de toepasselijke wetgeving - Verordening (EG) nr. 883/2004 - Artikel 13, lid 3 - Verordening (EG) nr. 987/2009 - Artikel 14, lid 5 ter - Artikel 16 - Gevolgen van de besluiten van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - Niet-ontvankelijkheid])
(2017/C 293/07)
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Najvyšší súd Slovenskej republiky
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Radosław Szoja
Verwerende partij: Sociálna poisťovňa
In tegenwoordigheid van: WEBUNG, s.r.o.
Dictum
Artikel 13, lid 3, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 465/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012, moet aldus worden uitgelegd dat met het oog op de vaststelling van de nationale wetgeving die uit hoofde van die bepaling van toepassing is op een persoon als verzoeker in het hoofdgeding, die werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt te verrichten in verschillende lidstaten, rekening moet worden gehouden met de vereisten van artikel 14, lid 5 ter, en artikel 16 van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening nr. 883/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 465/2012.
(1) PB C 175 van 17.5.2016.