11.9.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 300/3
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 20 juli 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Provincial de Alicante — Spanje) — Ornua Co-operative Limited, voorheen The Irish Dairy Board Co-operative Limited/Tindale & Stanton Ltd España, SL
(Zaak C-93/16) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Intellectuele eigendom - Uniemerk - Eenheidskarakter - Verordening (EG) nr. 207/2009 - Artikel 9, lid 1, onder b) en c) - Eenvormige bescherming van het aan het Uniemerk verbonden recht tegen gevaren voor verwarring en tegen afbreuk aan de reputatie - Vreedzame co-existentie van dit merk met een door een derde in een deel van de Europese Unie gebruikt nationaal merk - Geen vreedzame co-existentie elders in de Unie - Perceptie van de gemiddelde consument - Verschillen in perceptie die kunnen bestaan in verschillende delen van de Unie])
(2017/C 300/04)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Audiencia Provincial de Alicante
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ornua Co-operative Limited, voorheen The Irish Dairy Board Co-operative Limited
Verwerende partij: Tindale & Stanton Ltd España, SL
Dictum
1)
Artikel 9, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het [Unie]merk moet aldus worden uitgelegd dat op basis van het feit dat een Uniemerk en een nationaal merk in een deel van de Europese Unie vreedzaam co-existeren, niet kan worden geconcludeerd dat in een ander deel van de Unie, waar dit Uniemerk en het aan dit nationale merk gelijke teken niet vreedzaam co-existeren, geen gevaar voor verwarring van dit Uniemerk met dit teken bestaat.
2)
Artikel 9, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009 moet aldus worden uitgelegd dat de elementen die volgens de rechtbank voor het Uniemerk waarbij een vordering wegens inbreuk is ingesteld relevant zijn om te beoordelen of het de houder van een Uniemerk is toegestaan, het gebruik van een teken te verbieden in een deel van de Europese Unie waarop deze vordering geen betrekking heeft, door deze rechtbank in aanmerking kunnen worden genomen om te beoordelen of het deze houder is toegestaan het gebruik van dit teken te verbieden in het deel van de Unie waarop deze vordering betrekking heeft, mits de marktomstandigheden en de socioculturele omstandigheden in die beide delen van de Unie onderling niet duidelijk verschillen.
3)
Artikel 9, lid 1, onder c), van verordening nr. 207/2009 moet aldus worden uitgelegd dat op basis van het feit dat een bekend Uniemerk en een teken in een deel van de Europese Unie vreedzaam co-existeren, niet kan worden geconcludeerd dat in een ander deel van de Unie, waar deze niet vreedzaam co-existeren, een geldige reden bestaat die het gebruik van dit teken rechtvaardigt.
(1) PB C 156 van 2.5.2016.