11.12.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 424/3
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 19 oktober 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Curte de Apel Cluj — Roemenië) — SC Paper Consult SRL/Direcţia Regională a Finanţelor Publice Cluj-Napoca, Administraţia Judeţeană a Finanţelor Publice Bistriţa Năsăud
(Zaak C-101/16) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Recht op aftrek - Voorwaarden voor uitoefening - Artikel 273 - Nationale maatregelen - Bestrijding van belastingfraude en — ontwijking - Factuur uitgereikt door een belastingplichtige die inactief is verklaard door de belastingdienst - Risico van fraude - Weigering van recht op aftrek - Evenredigheid - Weigering bewijzen van het ontbreken van belastingfraude of derving van belastinginkomsten in aanmerking te nemen - Beperking van de werking in de tijd van het te wijzen arrest - Geen])
(2017/C 424/04)
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Curtea de Apel Cluj
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SC Paper Consult SRL
Verwerende partijen: Direcţia Regională a Finanţelor Publice Cluj-Napoca, Administraţia Judeţeană a Finanţelor Publice Bistriţa Năsăud
Dictum
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, krachtens welke het recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt geweigerd aan een belastingplichtige op grond dat de marktdeelnemer die voor hem een dienst heeft verricht waarvoor op de factuur de kosten en de belasting over de toegevoegde waarde afzonderlijk zijn aangegeven, inactief is verklaard door de belastingdienst van een lidstaat, en deze inactiefverklaring voor elke belastingplichtige in die lidstaat openbaar is en toegankelijk op internet, indien deze weigering van het recht op aftrek systematisch en definitief is en de belastingplichtige niet de mogelijkheid heeft het bewijs te leveren dat geen sprake is van belastingfraude of derving van belastinginkomsten.
(1) PB C 175 van 17.5.2016.