20.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 21 september 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Prim’Awla tal-Qorti Ċivili — Malta) — Malta Dental Technologists Association, John Salomone Reynaud/Superintendent tas-Saħħa Pubblika, Kunsill tal-Professjonijiet Kumplimentari għall-Mediċina
(Zaak C-125/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2005/36/EG - Erkenning van beroepskwalificaties - Tandprothetici - Voorwaarden voor uitoefening van het beroep in de ontvangende lidstaat - Vereiste van verplichte tussenkomst van een beoefenaar van de tandheelkunde - Toepassing van dit vereiste jegens klinische tandprothetici die hun beroep in de lidstaat van oorsprong uitoefenen - Artikel 49 VWEU - Vrijheid van vestiging - Beperking - Rechtvaardiging - Doelstelling van algemeen belang erin bestaande de bescherming van de volksgezondheid te verzekeren - Evenredigheid))
(2017/C 392/10)
Procestaal: Maltees
Verwijzende rechter
Prim’Awla tal-Qorti Ċivili
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Malta Dental Technologists Association, John Salomone Reynaud
Verwerende partijen: Superintendent tas-Saħħa Pubblika, Kunsill tal-Professjonijiet Kumplimentari għall-Mediċina
Dictum
Artikel 49 VWEU en artikel 4, lid 1, en artikel 13, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een wettelijke regeling van een lidstaat als de regeling welke in het hoofdgeding aan de orde is, die bepaalt dat de werkzaamheden van tandprotheticus in samenwerking met een beoefenaar van de tandheelkunde moeten worden verricht, voor zover dit vereiste overeenkomstig die wettelijke regeling geldt voor klinische tandprothetici die hun beroepskwalificaties in een andere lidstaat hebben verkregen en hun beroep in die eerste lidstaat wensen uit te oefenen.
(1) PB C 191 van 30.5.2016.