13.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 382/17
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 14 september 2017 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour du travail de Mons — België) — Sandra Nogueira e.a./Crewlink Ireland Ltd (C-168/16), Miguel José Moreno Osacar/Ryanair Designated Activity Company, voorheen Ryanair Ltd (C-169/16)
(Gevoegde zaken C-168/16 en C-169/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Rechterlijke bevoegdheid - Bevoegdheid voor individuele arbeidsovereenkomsten - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikel 19, punt 2, onder a) - Begrip ‚plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt’ - Luchtvaartsector - Cabinepersoneel - Verordening (EEG) nr. 3922/91 - Begrip ‚thuisbasis’))
(2017/C 382/20)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour du travail de Mons
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Sandra Nogueira, Victor Perez-Ortega, Virginie Mauguit, Maria Sanchez-Odogherty, José Sanchez-Navarro (C-168/16), Miguel José Moreno Osacar (C-169/16)
Verwerende partijen: Crewlink Ireland Ltd (C-168/16), Ryanair Designated Activity Company, voorheen Ryanair Ltd (C-169/16)
Dictum
Artikel 19, punt 2, onder a), van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in geval van een beroep dat is ingesteld door een werknemer die lid is van het boordpersoneel van een luchtvaartmaatschappij of ter beschikking van deze laatste is gesteld, voor de vaststelling van de bevoegdheid van het aangezochte gerecht het begrip „plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt” in de zin van die bepaling niet kan worden gelijkgesteld met het begrip „thuisbasis” in de zin van bijlage III bij verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1899/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006. Het begrip „thuisbasis” vormt niettemin een belangrijke aanwijzing om de „plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt” te bepalen.
(1) PB C 191 van 30.5.2016.