14.5.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 166/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 20 maart 2018 — Europese Commissie / Republiek Oostenrijk
(Zaak C-187/16) (1)
((Niet-nakoming - Richtlijnen 92/50/EEG en 2004/18/EG - Overheidsopdrachten voor diensten - Staatsdrukkerij - Vervaardiging van identiteitsdocumenten en andere officiële documenten - Gunning van de opdrachten aan een privaatrechtelijke onderneming zonder voorafgaande aanbestedingsprocedure - Bijzondere veiligheidsmaatregelen - Bescherming van de wezenlijke belangen van de lidstaten))
(2018/C 166/04)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Tokár en B.-R. Killmann, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordiger: M. Fruhmann, gemachtigde)
Dictum
1)
De Republiek Oostenrijk is tekortgeschoten in de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 2, en artikel 8 van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, gelezen in samenhang met de artikelen 11 tot en met 37 van deze richtlijn, alsook krachtens de artikelen 14 en 20 van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, gelezen in samenhang met de artikelen 23 tot en met 55 van deze richtlijn, doordat zij opdrachten voor diensten die bestaan in de vervaardiging van paspoorten met chip, noodpaspoorten, verblijfsdocumenten, identiteitsbewijzen, rijbewijzen in creditcardformaat en kentekenbewijzen in creditcardformaat, zonder aanbesteding ervan op het niveau van de Europese Unie rechtstreeks aan de Österreichische Staatsdruckerei GmbH heeft gegund, en doordat zij nationale bepalingen heeft gehandhaafd op grond waarvan aanbestedende diensten gehouden zijn die opdrachten voor diensten zonder aanbesteding ervan op het niveau van de Unie rechtstreeks aan die vennootschap te gunnen.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Republiek Oostenrijk draagt haar eigen kosten en vier vijfde van de kosten van de Europese Commissie. De Commissie draagt een vijfde van haar eigen kosten.
(1) PB C 191 van 30.5.2016.
Full & Egal Universal Law Academy