Zaak C-218/16: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 oktober 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Gorzowie Wielkopolskim — Polen) — Procedure ingeleid door Aleksandra Kubicka [Prejudiciële verwijzing — Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht — Verordening (EU) nr. 650/2012 — Erfopvolging en Europese erfrechtverklaring — Werkingssfeer — Onroerend goed in een lidstaat waarvan het recht geen „vindicatielegaat” kent — Weigering om de zakelijke werking van een dergelijk legaat te erkennen]
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 oktober 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Gorzowie Wielkopolskim — Polen) — Procedure ingeleid door Aleksandra Kubicka
(Zaak C-218/16) ( 1 )
„[Prejudiciële verwijzing — Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht — Verordening (EU) nr. 650/2012 — Erfopvolging en Europese erfrechtverklaring — Werkingssfeer — Onroerend goed in een lidstaat waarvan het recht geen „vindicatielegaat” kent — Weigering om de zakelijke werking van een dergelijk legaat te erkennen]”
2017/C 412/13Procestaal: PoolsVerwijzende rechter
Sąd Okręgowy w Gorzowie Wielkopolskim
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Aleksandra Kubicka
In tegenwoordigheid van: Przemysława Bac, handelend in haar hoedanigheid van notaris
Dictum
Artikel 1, lid 2, onder k) en l), en artikel 31 van verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, moeten aldus worden uitgelegd dat deze bepalingen in de weg staan aan de weigering van een autoriteit van een lidstaat om te erkennen dat een „vindicatielegaat” dat het op de erfopvolging toepasselijke recht dat de testateur heeft gekozen op grond van artikel 22, lid 1, van die verordening kent, zakelijke werking toekomt, wanneer die weigering berust op de enkele grond dat dat legaat betrekking heeft op de eigendom van een onroerende zaak die is gelegen in die lidstaat waarvan de wetgeving de figuur van het legaat met rechtstreekse zakelijke werking bij het openvallen van de nalatenschap niet kent.
( 1 ) PB C 335 van 12.9.2016.