12.2.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/6
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 december 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social no 30 de Barcelona — Spanje) — Antonio Miravitlles Ciurana e.a. / Contimark SA, Jordi Socias Gispert
(Zaak C-243/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Vennootschapsrecht - Richtlijn 2009/101/EG - Artikelen 2 en 6 tot en met 8 - Richtlijn 2012/30/EU - Artikelen 19 en 36 - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 20, 21 en 51 - Inning van vorderingen uit arbeidsovereenkomst - Recht om bij dezelfde rechter een vordering in te stellen tegen de vennootschap en haar bestuurder als hoofdelijk aansprakelijke en medeschuldenaar voor de schulden van de vennootschap))
(2018/C 052/07)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social no 30 de Barcelona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Antonio Miravitlles Ciurana, Alberto Marina Lorente, Jorge Benito García, Juan Gregorio Benito García
Verwerende partijen: Contimark SA, Jordi Socias Gispert
Dictum
Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 [EG], om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken, in het bijzonder de artikelen 2 en 6 tot en met 8, en richtlijn 2012/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 54, tweede alinea, [VWEU], om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken, in het bijzonder de artikelen 19 en 36, moeten aldus worden uitgelegd dat zij werknemers die schuldeiser zijn van een naamloze vennootschap ten gevolge van de verbreking van hun arbeidsovereenkomst, niet het recht verlenen om bij dezelfde rechter voor arbeids- en socialezekerheidszaken als die welke bevoegd is om kennis te nemen van hun vordering tot erkenning van hun loonvordering, tegen de bestuurder van die vennootschap een aansprakelijkheidsvordering in te stellen om voor recht te doen verklaren dat hij hoofdelijk medeschuldenaar is ter zake van die loonvordering, op grond dat hij de algemene vergadering van die vennootschap niet heeft bijeengeroepen ondanks de zware verliezen die de betrokken vennootschap had geleden.
(1) PB C 279 van 1.8.2016.