28.8.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 283/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 6 juli 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale Amministrativo Regionale per le Marche — Italië) — Nerea SpA/Regione Marche
(Zaak C-245/16) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Staatssteun - Verordening (EG) nr. 800/2008 - Algemene groepsvrijstelling - Werkingssfeer - Artikel 1, lid 6, onder c) - Artikel 1, lid 7, onder c) - Begrip „onderneming in moeilijkheden” - Begrip „collectieve insolventieprocedure” - Onderneming die de begunstigde is van staatssteun uit hoofde van een regionaal operationeel programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en later is toegelaten tot een preventief akkoord met continuïteit van de bedrijfsvoering - Intrekking van de steun - Verplichting tot terugbetaling van het betaalde voorschot])
(2017/C 283/10)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale Amministrativo Regionale per le Marche
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nerea SpA
Verwerende partij: Regione Marche
In tegenwoordigheid van: Banca del Mezzogiorno — Mediocredito Centrale SpA
Dictum
1)
Artikel 1, lid 7, onder c), van verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen [107 en 108 VWEU] met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”), moet aldus worden uitgelegd dat het daarin genoemde begrip „collectieve insolventieprocedure” ziet op alle in het nationale recht voorziene collectieve insolventieprocedures van ondernemingen, ongeacht of die procedures ambtshalve door de administratieve of rechterlijke instanties van de lidstaten dan wel op initiatief van de betrokken onderneming worden ingeleid.
2)
Artikel 1, lid 7, onder c), van verordening nr. 800/2008 moet aldus worden uitgelegd dat het feit dat een onderneming volgens het nationale recht voldoet aan de voorwaarden om aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen, hetgeen aan de verwijzende rechter staat om vast te stellen, voldoende is om te beletten dat aan deze onderneming krachtens die verordening staatssteun wordt verleend, dan wel om vast te stellen dat de steun, indien deze haar reeds is verleend, niet krachtens deze verordening had mogen worden verleend, indien op de datum waarop die steun werd verleend aan die voorwaarden was voldaan. Daarentegen kan steun die aan een onderneming is verleend met inachtneming van verordening nr. 800/2008, en met name van artikel 1, lid 6, daarvan, niet worden ingetrokken op de enkele grond dat die onderneming na de datum waarop deze steun aan haar werd verleend onderworpen is geweest aan een collectieve insolventieprocedure.
(1) PB C 279 van 1.8.2016.