9.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 338/2
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 20 juli 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supremo Tribunal de Justiça — Portugal) — Fidelidade-Companhia de Seguros SA/Caisse Suisse de Compensation, Fundo de Garantia Automóvel, Sandra Cristina Crystello Pinto Moreira Pereira, Sandra Manuela Teixeira Gomes Seemann, Catarina Ferreira Seemann, José Batista Pereira, Teresa Rosa Teixeira
(Zaak C-287/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen - Richtlijn 72/166/EEG - Artikel 3, lid 1 - Tweede richtlijn 84/5/EEG - Artikel 2, lid 1 - Verzekeringsovereenkomst gesloten op basis van valse verklaringen over de eigendom van het voertuig en de identiteit van de gebruikelijke bestuurder ervan - Verzekeringnemer - Gebrek aan economisch belang bij het sluiten van deze overeenkomst - Absolute nietigheid van de verzekeringsovereenkomst - Rechtsgevolgen ten aanzien van derden die het slachtoffer zijn geworden van een ongeval))
(2017/C 338/02)
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Supremo Tribunal de Justiça
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fidelidade-Companhia de Seguros SA
Verwerende partijen: Caisse Suisse de Compensation, Fundo de Garantia Automóvel, Sandra Cristina Crystello Pinto Moreira Pereira, Sandra Manuela Teixeira Gomes Seemann, Catarina Ferreira Seemann, José Batista Pereira, Teresa Rosa Teixeira
Dictum
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid en artikel 2, lid 1, van de Tweede richtlijn 84/5/EEG van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die ertoe leidt dat in omstandigheden als die van het hoofdgeding de nietigheid van een verzekeringsovereenkomst wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen als gevolg van valse initiële verklaringen van de verzekeringnemer over de identiteit van de eigenaar van het betreffende voertuig en van de gebruikelijke bestuurder ervan dan wel over het feit dat de persoon voor wie of in wiens naam deze verzekeringsovereenkomst werd gesloten geen economisch belang had bij het sluiten van deze overeenkomst, kan worden tegengeworpen aan derden die het slachtoffer zijn geworden van een ongeval.
(1) PB C 326 van 6.9.2016.