31.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 402/12
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 28 juli 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy dla Łodzi-Śródmieścia w Łodzi — Polen) — JZ/Prokuratura Rejonowa Łódź — Śródmieście
(Zaak C-294/16 PPU) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Prejudiciële spoedprocedure - Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Artikel 26, lid 1 - Europees aanhoudingsbevel - Gevolgen van de overlevering - Verrekening van de periode van vrijheidsbeneming in de uitvoerende staat - Begrip „vrijheidsbeneming” - Andere vrijheidsbeperkende maatregen dan gevangenzetting - Huisarrest, gekoppeld aan het dragen van een elektronische enkelband - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 6 en 49))
(2016/C 402/15)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Rejonowy dla Łodzi-Śródmieścia w Łodzi
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: JZ
Verwerende partij: Prokuratura Rejonowa Łódź — Śródmieście
Dictum
Artikel 26, lid 1, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moet in die zin worden uitgelegd dat maatregelen als een huisarrest van negen uur gedurende de nacht, gekoppeld aan toezicht op de betrokkene middels een elektronische enkelband, aan een verplichting om zich dagelijks of verscheidene keren per week op gezette tijden te melden op een politiebureau alsmede aan een verbod om documenten aan te vragen waarmee naar het buitenland kan worden gereisd, gelet op de aard, de duur, de gevolgen en de uitvoeringsmodaliteiten van al deze maatregelen in beginsel niet dermate dwingend zijn dat zij een vrijheidsbenemend effect zouden meebrengen dat vergelijkbaar is met dat wat voortvloeit uit gevangenzetting en dat zij aldus zouden moeten worden gekwalificeerd als „vrijheidsbeneming” (hechtenis) in de zin van die bepaling. Het staat evenwel aan de verwijzende rechter om dit na te gaan.
(1) PB C 296 van 16.8.2016.