Zaak C-320/16: Arrest van het Hof (Grote kamer) van 10 april 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de tribunal de grande instance de Lille — Frankrijk) — Strafzaak tegen Uber France SAS (Prejudiciële verwijzing — Diensten op het gebied van vervoer — Richtlijn 2006/123/EG — Diensten op de interne markt — Richtlijn 98/34/EG — Diensten van de informatiemaatschappij — Regel betreffende diensten van de informatiemaatschappij — Begrip — Bemiddelingsdienst waardoor met behulp van een smartphone-applicatie niet-professionele chauffeurs die hun eigen voertuig gebruiken tegen betaling in contact kunnen worden gebracht met personen die een stadstraject wensen af te leggen — Strafsancties)
C2002018NL510120180410NL00055151
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 10 april 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de tribunal de grande instance de Lille — Frankrijk) — Strafzaak tegen Uber France SAS
(Zaak C-320/16) ( 1 )
„(Prejudiciële verwijzing — Diensten op het gebied van vervoer — Richtlijn 2006/123/EG — Diensten op de interne markt — Richtlijn 98/34/EG — Diensten van de informatiemaatschappij — Regel betreffende diensten van de informatiemaatschappij — Begrip — Bemiddelingsdienst waardoor met behulp van een smartphone-applicatie niet-professionele chauffeurs die hun eigen voertuig gebruiken tegen betaling in contact kunnen worden gebracht met personen die een stadstraject wensen af te leggen — Strafsancties)”2018/C 200/05Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal de grande instance de Lille
Partij in de strafzaak
Uber France SAS,
In tegenwoordigheid van: Nabil Bensalem
Dictum
Artikel 1 van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, en artikel 2, lid 2, onder d), van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, moeten aldus worden uitgelegd dat een nationale wettelijke regeling die strafsancties stelt op het organiseren van een systeem waarbij klanten in contact worden gebracht met personen die tegen betaling personenvervoer over de weg verrichten met behulp van voertuigen met minder dan tien plaatsen, zonder daartoe over een vergunning te beschikken, een „dienst op het gebied van vervoer” betreft voor zover zij van toepassing is op een bemiddelingsdienst die wordt aangeboden door middel van een smartphone-applicatie en die deel uitmaakt van een dienstenpakket waarvan het voornaamste aspect de vervoersdienst is. Een dergelijke dienst is uitgesloten van de werkingssfeer van die richtlijnen.
( 1 ) PB C 296 van 16.8.2016.
Full & Egal Universal Law Academy