22.5.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/5
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 30 maart 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Općinski sud u Velikoj Gorici — Kroatië) — VG Čistoća d.o.o./Đuro Vladika, Ljubica Vladika
(Zaak C-335/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Milieu - Afvalstoffen - Richtlijn 2008/98/EG - Terugvordering van de kosten van het afvalstoffenbeheer - Beginsel de vervuiler betaalt - Begrip „houders van de afvalstoffen” - Gevraagde prijs voor het afvalstoffenbeheer - Specifieke heffing ter financiering van de kapitaalinvesteringen))
(2017/C 161/06)
Procestaal: Kroatisch
Verwijzende rechter
Općinski sud u Velikoj Gorici
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: VG Čistoća d.o.o.
Verwerende partijen: Đuro Vladika, Ljubica Vladika
Dictum
Artikel 14 en artikel 15, lid 1, van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, moeten aldus worden uitgelegd dat zij, in de huidige stand van het Unierecht, niet in de weg staan aan een nationale regeling als in het hoofdgeding, die voor de financiering van een dienst voor het beheer en de verwijdering van stedelijk afval voorziet in een prijs berekend op basis van een raming van het door de gebruikers van die dienst geproduceerde volume afvalstoffen, en niet op basis van de hoeveelheid afvalstoffen die deze gebruikers daadwerkelijk hebben geproduceerd en afgegeven voor inzameling, alsook in de betaling door de gebruikers, als houders van de afvalstoffen, van een bijkomende heffing ter financiering van de nodige kapitaalinvesteringen voor de verwerking van het afval, met inbegrip van zijn recycling. Het staat evenwel aan de verwijzende rechter om aan de hand van de hem verstrekte gegevens, feitelijk en rechtens, na te gaan of dit niet tot gevolg heeft dat bepaalde „houders” kosten dienen te dragen die kennelijk onevenredig zijn aan het volume of de aard van de afvalstoffen die zij kunnen produceren. Daartoe kan de nationale rechter met name rekening houden met criteria die verband houden met het soort onroerende goederen dat de gebruikers gebruiken, de oppervlakte en de bestemming van die goederen, de productiecapaciteit van de „houders”, het volume van de aan de gebruikers ter beschikking gestelde containers en het aantal keren dat die containers worden leeggemaakt, aangezien die parameters het bedrag van de kosten voor het beheer van de afvalstoffen direct kunnen beïnvloeden.
(1) PB C 296 van 16.8.2016.