18.9.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 309/12
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 26 juli 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale di Milano — Italië) — Moussa Sacko/Commissione Territoriale per il riconoscimento della Protezione internazionale di Milano
(Zaak C-348/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Asielbeleid - Richtlijn 2013/32/EU - Artikelen 12, 14, 31 en 46 - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 47 - Recht op effectieve rechterlijke bescherming - Rechtsmiddel tegen een beslissing houdende afwijzing van een verzoek om internationale bescherming - Mogelijkheid voor de rechter om uitspraak te doen zonder de verzoeker te horen))
(2017/C 309/16)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale di Milano
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Moussa Sacko
Verwerende partij: Commissione Territoriale per il riconoscimento della Protezione internazionale di Milano
Dictum
Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming — met name de artikelen 12, 14, 31 en 46 ervan, gelezen in het licht van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — moet aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staat dat de nationale rechter bij wie een rechtsmiddel is ingesteld tegen de beslissing houdende afwijzing van een kennelijk ongegrond verzoek om internationale bescherming, dat rechtsmiddel verwerpt zonder de verzoeker te horen, wanneer de feitelijke omstandigheden geen ruimte laten voor enige twijfel over de gegrondheid van die beslissing, op voorwaarde dat de verzoeker tijdens de procedure in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14 van die richtlijn in de gelegenheid is gesteld persoonlijk te worden gehoord over zijn verzoek om internationale bescherming, en dat het verslag of de schriftelijke weergave van dit persoonlijke onderhoud, zo dit heeft plaatsgevonden, overeenkomstig artikel 17, lid 2, van die richtlijn aan het dossier is toegevoegd, alsmede op voorwaarde dat de rechter bij wie het rechtsmiddel is ingesteld, een dergelijk gehoor kan gelasten indien hij dit nodig acht voor het in artikel 46, lid 3, van die richtlijn bedoelde volledige en ex nunc onderzoek van zowel de feitelijke als de juridische gronden.
(1) PB C 343 van 19.9.2016.