14.5.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 166/7
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 15 maart 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d'État — Frankrijk) — Christian Picart / Ministre des Finances et des Comptes publics
(Zaak C-355/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen - Directe belastingen - Overbrenging van de woonplaats van een lidstaat naar Zwitserland - Belasting die naar aanleiding van die overbrenging wordt geheven op latente meerwaarden in aanmerkelijke deelnemingen in het kapitaal van in de lidstaat van herkomst gevestigde vennootschappen - Werkingssfeer van de overeenkomst))
(2018/C 166/08)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d'État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Christian Picart
Verwerende partij: Ministre des Finances et des Comptes publics
Dictum
Aangezien een situatie als die in het hoofdgeding niet valt binnen de werkingssfeer ratione personae van het begrip „zelfstandigen” in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, ondertekend te Luxemburg op 21 juni 1999, moeten de bepalingen van deze overeenkomst aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een wettelijke regeling van een overeenkomstsluitende Staat als die in het hoofdgeding, volgens welke, wanneer een natuurlijke persoon zijn woonplaats van die Staat naar een andere overeenkomstsluitende Staat overbrengt terwijl hij zijn economische activiteit in eerstbedoelde Staat blijft uitoefenen zonder dagelijks of ten minste eenmaal per week het traject van de plaats van zijn economische activiteit naar zijn woonplaats af te leggen, naar aanleiding van deze woonplaatsoverbrenging onmiddellijk belasting wordt geheven over de latente meerwaarden in aanmerkelijke deelnemingen die deze persoon aanhoudt in het kapitaal van onder het recht van eerstbedoelde Staat vallende vennootschappen, en uitstel van invordering van de verschuldigde belasting slechts mogelijk is mits zekerheden worden gesteld die voldoende zijn ter waarborging van de invordering van die belasting, terwijl een persoon die ook dergelijke deelnemingen aanhoudt maar zijn woonplaats op het grondgebied van eerstbedoelde Staat behoudt, pas op het tijdstip van overdracht van deze deelnemingen wordt belast.
(1) PB C 335 van 12.9.2016.
Full & Egal Universal Law Academy