19.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/7
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 23 januari 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het hof van beroep Brussel — België) — Procedure betreffende de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd tegen Dawid Piotrowski
(Zaak C-367/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Europees aanhoudingsbevel - Procedures van overlevering tussen lidstaten - Gronden tot verplichte weigering van tenuitvoerlegging - Artikel 3, punt 3 - Minderjarigen - Vereiste van verificatie van de minimumleeftijd voor strafrechtelijke verantwoordelijkheid of beoordeling per geval van de in het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging gestelde aanvullende voorwaarden om een minderjarige concreet te kunnen vervolgen of veroordelen))
(2018/C 104/07)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
hof van beroep Brussel
Partij in het hoofdgeding
Dawid Piotrowski
Dictum
1)
Artikel 3, punt 3, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moet in die zin worden uitgelegd dat de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat alleen de overlevering moet weigeren van minderjarigen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd en die volgens het recht van de uitvoerende lidstaat niet de leeftijd hebben die is vereist om strafrechtelijk verantwoordelijk te worden gesteld voor de feiten die ten grondslag liggen aan het tegen hen uitgevaardigde aanhoudingsbevel.
2)
Artikel 3, punt 3, van kaderbesluit 2002/584, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299, moet in die zin worden uitgelegd dat de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat voor haar beslissing over de overlevering van een minderjarige tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, alleen moet nagaan of de betrokkene de minimumleeftijd heeft om in de uitvoerende lidstaat strafrechtelijk verantwoordelijk te worden gesteld voor de feiten die ten grondslag liggen aan dat aanhoudingsbevel, zonder dat zij rekening hoeft te houden met eventuele aanvullende voorwaarden inzake een gepersonaliseerde beoordeling die in het recht van deze lidstaat concreet worden gesteld voor de vervolging of veroordeling van een minderjarige voor dergelijke feiten.
(1) PB C 335 van 12.9.2016.
Full & Egal Universal Law Academy