11.12.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 424/10
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 19 oktober 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Hansruedi Raimund / Michaela Aigner
(Zaak C-425/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Intellectuele en industriële eigendom - Uniemerk - Verordening (EG) nr. 207/2009 - Artikel 96, onder a) - Vordering wegens inbreuk - Artikel 99, lid 1 - Vermoeden van geldigheid - Artikel 100 - Reconventionele vordering tot nietigverklaring - Verhouding tussen een vordering wegens inbreuk en een reconventionele vordering tot nietigverklaring - Procedurele autonomie))
(2017/C 424/14)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberste Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hansruedi Raimund
Verwerende partij: Michaela Aigner
Dictum
1)
Artikel 99, lid 1, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk moet aldus worden uitgelegd dat de krachtens artikel 96, onder a), van deze verordening bij een rechtbank voor het Uniemerk ingestelde vordering wegens inbreuk niet kan worden afgewezen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zonder dat deze rechtbank de reconventionele vordering tot nietigverklaring, die de gedaagde op deze vordering wegens inbreuk heeft ingesteld op basis van artikel 100, lid 1, van deze verordening, en die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, heeft toegewezen.
2)
De bepalingen van verordening nr. 207/2009 moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat de rechtbank voor het Uniemerk de vordering wegens inbreuk, in de zin van artikel 96, onder a), van deze verordening, kan afwijzen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zelfs al is de beslissing op de krachtens artikel 100, lid 1, van deze verordening ingestelde reconventionele vordering tot nietigverklaring, die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, niet definitief geworden
(1) PB C 402 van 31.10.2016.