14.5.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 166/8
Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 15 maart 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León — Spanje) — Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS) / José Blanco Marqués
(Zaak C-431/16) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Verordening (EEG) nr. 1408/71 - Artikelen 12 en 46 bis tot en met 46 quater - Uitkeringen van dezelfde aard - Begrip - Anti-cumulatieregel - Begrip - Voorwaarden - Nationale regel die voorziet in een aanvulling op het pensioen wegens volledige en blijvende arbeidsongeschiktheid voor werknemers van 55 jaar en ouder - Schorsing van de aanvulling bij indienstneming of ontvangst van een ouderdomspensioen])
(2018/C 166/10)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS)
Verwerende partij: José Blanco Marqués
Dictum
1)
Een nationale bepaling als die in het hoofdgeding, volgens welke de aanvulling op een pensioen wegens volledige en blijvende arbeidsongeschiktheid wordt geschorst gedurende de periode waarin de rechthebbende op dit pensioen in een andere lidstaat of in Zwitserland een ouderdomspensioen ontvangt, vormt een bepaling inzake vermindering in de zin van artikel 12, lid 2, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in de versie ervan die is gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 592/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008.
2)
Artikel 46 bis, lid 3, onder a), van verordening nr. 1408/71, in de versie ervan die is gewijzigd en bijgewerkt bij verordening nr. 118/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 592/2008, moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „wetgeving van eerstbedoelde lidstaat” ook de uitlegging van een nationale wettelijke bepaling door een hoogste nationale rechter omvat.
3)
Een aanvulling op een pensioen wegens volledige en blijvende arbeidsongeschiktheid, die krachtens de wetgeving van een lidstaat, zoals de wetgeving die in het hoofdgeding aan de orde is, aan een werknemer wordt toegekend, en een ouderdomspensioen dat door diezelfde werknemer in Zwitserland is verworven, moeten worden geacht van dezelfde aard te zijn in de zin van verordening nr. 1408/71, in de versie ervan die is gewijzigd en bijgewerkt bij verordening nr. 118/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 592/2008.
4)
Artikel 46 ter, lid 2, onder a), van verordening nr. 1408/71, in de versie ervan die is gewijzigd en bijgewerkt bij verordening nr. 118/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 592/2008, moet aldus worden uitgelegd dat een nationale anticumulatieregel, zoals die welke voortvloeit uit artikel 6 van Decreto 1646/1972 para la aplicación de la ley 24/1972, de 21 de junio, en materia de prestaciones del Régimen General de la Seguridad Social (besluit 1646/1972 tot uitvoering van wet 24/1972 van 21 juni 1972 inzake uitkeringen in het kader van het algemene socialezekerheidsstelsel) van 23 juni 1972, niet van toepassing is op een overeenkomstig artikel 46, lid 1, onder a), i), van deze verordening berekende uitkering, indien het daarbij niet gaat om een uitkering als bedoeld in deel D van bijlage IV bij deze verordening.
(1) PB C 402 van 31.10.2016.
Full & Egal Universal Law Academy