9.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 6/23
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 oktober 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad — Bulgarije) — Strafzaak tegen Emil Milev
(Zaak C-439/16 PPU) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Prejudiciële spoedprocedure - Justitiële samenwerking in strafzaken - Richtlijn (EU) 2016/343 - Artikelen 3 en 6 - Toepassing ratione temporis - Rechterlijke toetsing van de voorlopige hechtenis van een verdachte - Nationale regeling die verbiedt om in de contentieuze fase van de procedure te onderzoeken of er een redelijke verdenking bestaat dat de verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd - Strijdigheid met artikel 5, lid 1, onder c), en lid 4, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden - Beoordelingsmarge die door de nationale rechtspraak aan de nationale rechterlijke instanties wordt gelaten om dat verdrag al dan niet toe te passen])
(2017/C 006/28)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Spetsializiran nakazatelen sad
Partij in de strafzaak
Emil Milev
Dictum
Het advies dat door de Varhoven kasatsionen sad (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Bulgarije) is uitgebracht op 7 april 2016 aan het begin van de termijn voor de omzetting van richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn, volgens hetwelk het de nationale rechterlijke instanties die bevoegd zijn om uitspraak te doen op een beroep tegen een beslissing tot voorlopige hechtenis, vrijstaat te beslissen of de handhaving van de voorlopige hechtenis van een verdachte in de contentieuze fase van de strafzaak moet worden onderworpen aan een rechterlijke toetsing die ook betrekking heeft op de vraag of er nog altijd een redelijke verdenking bestaat dat hij het hem verweten strafbare feit heeft gepleegd, kan de met die richtlijn nagestreefde doelstellingen na het verstrijken van de termijn voor de omzetting van die richtlijn niet ernstig in gevaar brengen.
(1) PB C 364 van 3.10.2016.