Zaak C-530/16: Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 13 juni 2018 — Europese Commissie / Republiek Polen (Niet-nakoming — Spoorwegveiligheid — Richtlijn 2004/49/EG — Niet-vaststelling van de nodige bepalingen om de onafhankelijkheid van het onderzoeksorgaan te waarborgen)
C2762018NL220120180613NL00032232
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 13 juni 2018 — Europese Commissie / Republiek Polen
(Zaak C-530/16) ( 1 )
„(Niet-nakoming — Spoorwegveiligheid — Richtlijn 2004/49/EG — Niet-vaststelling van de nodige bepalingen om de onafhankelijkheid van het onderzoeksorgaan te waarborgen)”2018/C 276/03Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en J. Hottiaux, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Polen (vertegenwoordigers: B. Majczyna en K. Majcher, gemachtigden, bijgestaan door T. Warchol, ekspert)
Dictum
1)
Door niet de maatregelen te nemen die nodig zijn om, wat de organisatie en besluitvorming betreft, de onafhankelijkheid van het onderzoeksorgaan te waarborgen ten opzichte van de spoorwegonderneming en de spoorweginfrastructuurbeheerder waarover de minister van Vervoer zeggenschap heeft, is de Republiek Polen de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 21, lid 1, van richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering („Spoorwegveiligheidsrichtlijn”).
2)
De Republiek Polen wordt verwezen in de kosten.
( 1 ) PB C 14 van 16.1.2017.
Full & Egal Universal Law Academy