Zaak C-566/16: Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 17 mei 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nyíregyházi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Dávid Vámos / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága (Prejudiciële verwijzing — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde — Richtlijn 2006/112/EG — Artikelen 282 tot en met 292 — Bijzondere regeling voor kleine ondernemingen — Vrijstellingsregeling — Verplichting om in het referentiekalenderjaar te kiezen voor de toepassing van de bijzondere regeling)
C2402018NL410120180517NL00054141
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 17 mei 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nyíregyházi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — Dávid Vámos / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága
(Zaak C-566/16) ( 1 )
„(Prejudiciële verwijzing — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde — Richtlijn 2006/112/EG — Artikelen 282 tot en met 292 — Bijzondere regeling voor kleine ondernemingen — Vrijstellingsregeling — Verplichting om in het referentiekalenderjaar te kiezen voor de toepassing van de bijzondere regeling)”2018/C 240/05Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Nyíregyházi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Dávid Vámos
Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága
Dictum
Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling die de toepassing van een bijzondere btw-regeling welke voorziet in een vrijstelling voor kleine ondernemingen en is vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel XII van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, ontzegt aan een belastingplichtige die aan alle inhoudelijke voorwaarden voldoet maar die geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om te kiezen voor de toepassing van deze regeling op het tijdstip waarop hij bij de belastingdienst opgave deed van het begin van zijn economische activiteiten.
( 1 ) PB C 104 van 3.4.2017.
Full & Egal Universal Law Academy