3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/3
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 maart 2019 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-620/16) (1)
(Niet-nakoming - Artikel 258 VWEU - Besluit 2014/699/EU - Beginsel van loyale samenwerking - Artikel 4, lid 3, VEU - Ontvankelijkheid - Gevolgen van het verweten gedrag bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn - Aanhoudende gevolgen voor de eenheid en de samenhang van het internationale optreden van de Europese Unie - Vraag of de maatregelen die de betrokken lidstaat heeft genomen om te voldoen aan het met redenen omkleed advies, toereikend zijn - De Bondsrepubliek Duitsland stemt tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF) tegen het in besluit 2014/699/EU bepaalde Uniestandpunt en verzet zich publiekelijk tegen dit standpunt en tegen de in dit besluit met betrekking tot de uitoefening van het stemrecht gemaakte afspraken)
(2019/C 187/04)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls, L. Havas, J. Hottiaux en J. Norris-Usher, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en J. Möller, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van verzoekende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: R. Liudvinaviciute-Cordeiro en J.-P. Hix, gemachtigden)
Dictum
1)
Door tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF) tegen het standpunt te stemmen dat was bepaald in besluit 2014/699/EU van de Raad van 24 juni 2014 tot vaststelling van het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Cotif) en op de aanhangsels daarvan, en door zich publiekelijk te verzetten tegen zowel dit standpunt als de in dit besluit bepaalde wijze van uitoefening van het stemrecht, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens dit besluit en artikel 4, lid 3, VEU op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
3)
De Raad van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten.
(1) PB C 22 van 22.1.2018.
Full & Egal Universal Law Academy