Zaak C-681/16: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Düsseldorf — Duitsland) — Pfizer Ireland Pharmaceuticals, Operations Support Group / Orifarm GmbH [Prejudiciële verwijzing — Intellectuele en industriële eigendom — Octrooiwetgeving — Akten van toetreding tot de Europese Unie van 2003, 2005 en 2012 — Specifiek mechanisme — Toepasselijkheid op parallelinvoer — Verordening (EG) nr. 469/2009 — Product dat in een lidstaat wordt beschermd door een aanvullend beschermingscertificaat en in een andere lidstaat in de handel wordt gebracht door de houder van het basisoctrooi — Uitputting van intellectuele- en industriële-eigendomsrechten — Ontbreken van een basisoctrooi in de nieuwe lidstaten — Verordening (EG) nr. 1901/2006 — Verlenging van de beschermingstermijn]
C2852018NL710120180621NL00087171
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Düsseldorf — Duitsland) — Pfizer Ireland Pharmaceuticals, Operations Support Group / Orifarm GmbH
(Zaak C-681/16) ( 1 )
„[Prejudiciële verwijzing — Intellectuele en industriële eigendom — Octrooiwetgeving — Akten van toetreding tot de Europese Unie van 2003, 2005 en 2012 — Specifiek mechanisme — Toepasselijkheid op parallelinvoer — Verordening (EG) nr. 469/2009 — Product dat in een lidstaat wordt beschermd door een aanvullend beschermingscertificaat en in een andere lidstaat in de handel wordt gebracht door de houder van het basisoctrooi — Uitputting van intellectuele- en industriële-eigendomsrechten — Ontbreken van een basisoctrooi in de nieuwe lidstaten — Verordening (EG) nr. 1901/2006 — Verlenging van de beschermingstermijn]”2018/C 285/08Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Düsseldorf
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pfizer Ireland Pharmaceuticals, Operations Support Group
Verwerende partij: Orifarm GmbH
Dictum
1)
De specifieke mechanismen waarin is voorzien in hoofdstuk 2 van bijlage IV bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, in hoofdstuk 1 van bijlage V bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond en in hoofdstuk 1 van bijlage IV bij de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, dienen aldus te worden uitgelegd dat de houder van een aanvullend beschermingscertificaat dat in een andere lidstaat dan de nieuwe lidstaten bedoeld in deze Toetredingsakten is afgegeven, zich met deze mechanismen kan verzetten tegen parallelinvoer van een medicijn uit deze nieuwe lidstaten indien de rechtsstelsels van deze laatste staten op de datum waarop de aanvraag van het basisoctrooi werd ingediend niet voorzagen in de mogelijkheid om een vergelijkbare bescherming te verkrijgen maar dit pas het geval was op de datum waarop de aanvraag werd gepubliceerd en/of op die waarop de aanvraag voor een aanvullend beschermingscertificaat in de lidstaat van invoer werd ingediend, zodat de houder geen mogelijkheid had om in de staten van uitvoer een vergelijkbaar octrooi en een aanvullend beschermingscertificaat te verkrijgen.
2)
De specifieke mechanismen waarin is voorzien in hoofdstuk 2 van bijlage IV bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, in hoofdstuk 1 van bijlage V bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond en in hoofdstuk 1 van bijlage IV bij de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, dienen aldus te worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn op de verlenging die is vastgesteld in artikel 36, lid 1, van verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1768/92, richtlijn 2001/20/EG, richtlijn 2001/83/EG en verordening (EG) nr. 726/2004.
( 1 ) PB C 104 van 3.4.2017.
Full & Egal Universal Law Academy