20.3.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 86/2
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 8 december 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Administrativen sad Sofia-grad — Bulgarije) — Аngel Маrinkov/Predsedatel na Darzhavna agentsia za balgarite v chuzhbina
(Zaak C-27/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 53, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Richtlijnen 2000/78/EG en 2006/54/EG - Werkingssfeer - Kennelijke niet-ontvankelijkheid - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Uitvoering van het Unierecht - Geen - Kennelijke onbevoegdheid))
(2017/C 086/02)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen sad Sofia-grad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Аngel Маrinkov
Verwerende partij: Predsedatel na Darzhavna agentsia za balgarite v chuzhbina
Dictum
Het door de Administrativen sad Sofia-grad (bestuursrechter in eerste aanleg, Sofia, Bulgarije) bij beslissing van 28 december 2015 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover het betrekking heeft op de richtlijnen 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in werkgelegenheid en beroep, en 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om te antwoorden op de prejudiciële vragen, voor zover deze betrekking hebben op de artikelen 30 en 47, alsmede op artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
(1) PB C 111 van 29.3.2016.
Full & Egal Universal Law Academy