24.4.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/2
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 1 februari 2017 — Ante Šumelj e.a./Europese Commissie
(Zaak C-239/16 P) (1)
((Hogere voorziening - Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Beroep tot schadevergoeding - Akte van toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie - Toezeggingen betreffende een strategie voor justitiële hervorming - Invoering gevolgd door de schrapping van het ambt van gerechtsdeurwaarder - Schade geleden door personen die als gerechtsdeurwaarder zijn aangesteld - Geen onjuist toezicht op de verplichtingen van de Republiek Kroatië door de Europese Commissie - Verwerping van het beroep - Hogere voorziening ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond))
(2017/C 129/02)
Procestaal: Kroatisch
Partijen
Rekwiranten: Ante Šumelj, Dubravka Bašljan, Đurđica Crnčević, Miroslav Lovreković, Drago Burazer, Nikolina Nežić, Blaženka Bošnjak, Bosiljka Grbašić, Tea Tončić, Milica Bjelić, Marijana Kruhoberec, Davor Škugor, Ivan Gerometa, Kristina Samardžić, Sandra Cindrić, Sunčica Gložinić, Tomislav Polić, Vlatka Pižeta (vertegenwoordiger: M. Krmek, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: S. Ječmenica en G. Wils, gemachtigden)
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Ante Šumelj, Dubravka Bašljan, Đurđica Crnčević, Miroslav Lovreković, Drago Burazer, Nikolina Nežić, Blaženka Bošnjak, Bosiljka Grbašić, Tea Tončić, Milica Bjelić, Marijana Kruhoberec, Davor Škugor, Ivan Gerometa, Kristina Samardžić, Sandra Cindrić, Sunčica Gložinić, Tomislav Polić en Vlatka Pižeta worden verwezen in de kosten.
(1) PB C 251 van 11.7.2016.