8.1.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 5/14
Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 26 oktober 2017 — (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel — België) — Strafzaak tegen Wamo BVBA, Luc Cecile Jozef Van Mol
(Zaak C-356/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken - Nationale wettelijke regeling op grond waarvan reclame voor ingrepen van esthetische heelkunde of niet-heelkundige esthetische geneeskunde verboden is))
(2018/C 005/19)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel
Partijen in de strafzaak
Wamo BVBA, Luc Cecile Jozef Van Mol
Dictum
Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die de volksgezondheid alsmede de waardigheid en de integriteit van de beroepen van chirurg in de esthetische heelkunde en van geneesheer in de esthetische geneeskunde beschermt door iedere natuurlijke en rechtspersoon te verbieden om reclame voor ingrepen van esthetische heelkunde en niet-heelkundige esthetische geneeskunde te verspreiden.
(1) PB C 335 van 12.9.2016.