8.1.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 5/15
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 24 oktober 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour d’appel de Colmar — Frankrijk) — Strafzaak tegen Belu Dienstleistung GmbH & Co KG, Stefan Nikless
(Zaak C-474/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Identieke prejudiciële vragen - Coördinatie van socialezekerheidsstelsels - Verordening (EG) nr. 883/2004 - Toepasselijke wetgeving - A1-verklaring - Bewijskracht))
(2018/C 005/20)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour d’appel de Colmar
Partijen in de strafzaak
Belu Dienstleistung GmbH & Co KG, Stefan Nikless
in tegenwoordigheid van: Syndicat Prism’emploi, Union départementale CGT du Bas-Rhin, Union de recouvrement des cotisations de sécurité sociale et d’allocations familiales d’Alsace (Urssaf), rechtsopvolgster van Urssaf du Bas-Rhin
Dictum
Artikel 19 van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, moet aldus worden uitgelegd dat een A1-verklaring die door het orgaan aangewezen door de bevoegde autoriteit van een lidstaat is verstrekt op grond van artikel 12, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zowel de socialezekerheidsorganen van de lidstaat waar het werk wordt verricht als de rechterlijke instanties van die lidstaat bindt, zelfs indien zij vaststellen dat de omstandigheden waarin de betrokken werknemer zijn werkzaamheden verricht kennelijk niet binnen de materiële werkingssfeer van die bepaling van verordening nr. 883/2004 vallen.
(1) PB C 441 van 28.11.2016.