29.1.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/5
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 16 november 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Ministarstvo pomorstva, prometa i infrastrukture — Uprava zračnog prometa, elektroničkih komunikacija i pošte — Kroatië) — Hrvatska agencija za civilno zrakoplovstvo / Air Serbia A.D. Beograd, Dane Kondić
(Zaak C-476/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 53, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Hoedanigheid van „rechterlijke instantie” van het verwijzende orgaan - Onafhankelijkheid - Kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek om prejudiciële beslissing))
(2018/C 032/06)
Procestaal: Kroatisch
Verwijzende rechter
Ministarstvo pomorstva, prometa i infrastrukture — Uprava zračnog prometa, elektroničkih komunikacija i pošte
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hrvatska agencija za civilno zrakoplovstvo
Verwerende partijen: Air Serbia A.D. Beograd, Dane Kondić
Dictum
Het verzoek om een prejudiciële beslissing dat bij beslissing van 26 augustus 2016 is ingediend door het Ministarstvo pomorstva, prometa i infrastrukture — Uprava zračnog prometa, elektroničkih komunikacija i pošte (ministerie van Maritieme Aangelegenheden, Vervoer en Infrastructuur — directie voor burgerluchtvaart, telecommunicatie en posterijen, Kroatië), is kennelijk niet-ontvankelijk.
(1) PB C 419 van 14.11.2016.