3.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/15
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 27 april 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunalul Specializat Mureș — Roemenië) — Michael Tibor Bachman/FAER IFN SA
(Zaak C-535/16) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Bescherming van de consument - Richtlijn 93/13/EEG - Artikel 2, onder b) - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Begrip „consument” - Natuurlijke persoon die met een kredietinstelling een schuldvernieuwingsovereenkomst heeft gesloten om te voldoen aan de verplichtingen tot aflossing van de kredieten die door een handelsvennootschap bij die kredietinstelling zijn aangegaan))
(2017/C 213/17)
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Tribunalul Specializat Mureș
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Michael Tibor Bachman
Verwerende partij: FAER IFN SA
Dictum
Artikel 2, onder b), van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat een natuurlijke persoon die zich na een schuldvernieuwing jegens een kredietinstelling contractueel ertoe heeft verbonden om kredieten af te lossen die oorspronkelijk aan een handelsvennootschap waren verleend voor haar activiteit, als een consument in de zin van die bepaling kan worden aangemerkt wanneer die natuurlijke persoon geen duidelijke band met die vennootschap heeft en op die manier heeft gehandeld voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen, maar op grond van zijn banden met de persoon die de zeggenschap over die vennootschap had en met de persoon die aan de oorspronkelijke kredietovereenkomsten accessoire overeenkomsten (borgtochtovereenkomsten of hypotheekovereenkomsten) heeft gesloten.
(1) PB C 38 van 6.2.2017.