18.4.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 136/7
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Hof van beroep te Brussel (België) op 4 januari 2016 — Lucio Cesare Aquino tegen Belgische Staat
(Zaak C-3/16)
(2016/C 136/12)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van beroep te Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: Lucio Cesare Aquino
Verweerder: Belgische Staat
Prejudiciële vragen
1)
Dient met het oog op de toepassing van de door het Hof van Justitie ontwikkelde rechtspraak in de zaken Köbler (arrest van 30 september 2003, zaak C-224/01) (1) en Traghetti del Mediterraneo (arrest van 13 juni 2006, zaak C-173/03) (2), in zake overheidsaansprakelijkheid voor foutief handelen van rechtscolleges dat schending van het Unierecht inhoudt, als een rechter in laatste aanleg te worden beschouwd, de rechter wiens beslissing binnen het kader van een cassatieberoep niet werd beoordeeld omdat met toepassing van een nationale procesrechtelijke regel de klager, die in de cassatieprocedure een memorie heeft ingediend, onweerlegbaar geacht wordt afstand van geding te hebben gedaan?
2)
Is met artikel 267, derde lid, VWEU bestaanbaar, mede in het licht van de artikelen 47, tweede lid, en 52, derde lid, samen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (3) dat een nationale rechterlijke instantie die volgens deze verdragsbepaling gehouden is om het Hof van Justitie prejudicieel te bevragen een verzoek tot bevraging verwerpt op de enkele grond dat het verzoek wordt geformuleerd in een memorie die volgens het toepasselijke procesrecht niet in aanmerking behoort te worden genomen omdat ze ontijdig werd ingediend?
3)
Behoort in het geval waarin het hoogste van de gewone rechtscolleges niet ingaat op een verzoek om een prejudiciële vraag te stellen, te worden aangenomen dat een schending van artikel 267, derde lid, VWEU wordt begaan, mede in het licht van de artikelen 47, tweede lid, en 52, derde lid, samen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, wanneer dat rechtscollege het verzoek verwerpt met als enige redengeving dat „aangezien de middelen niet ontvankelijk zijn wegens een aan de rechtspleging voor het Hof eigen reden” de vraag niet wordt gesteld?
(1) EU:C:2003:513
(2) EU:C:2006:391
(3) PB 2000, C 364, blz. 1
Full & Egal Universal Law Academy