29.3.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 111/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Letland) op 8 januari 2016 — Valsts policijas Rīgas reģiona pārvaldes Kārtības policijas pārvalde/Rīgas pašvaldības SIA „Rīgas satiksme”
(Zaak C-13/16)
(2016/C 111/13)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa
Partijen in het hoofdgeding
Eiseres tot cassatie: Valsts policijas Rīgas reģiona pārvaldes Kārtības policijas pārvalde
Verweerder in cassatie: Rīgas pašvaldības SIA „Rīgas satiksme”
Prejudiciële vraag
Moeten de woorden „de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang […] van de derde(n) aan wie de gegevens worden verstrekt” in artikel 7, onder f), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (1) aldus worden uitgelegd dat de rijkspolitie aan het gemeentelijk vervoerbedrijf Riga de gevraagde persoonsgegevens dient te verstrekken die noodzakelijk zijn om de gang naar de civiele rechter te maken? Is van belang voor het antwoord op deze vraag dat, zoals uit de stukken blijkt, de taxipassagier van wie het gemeentelijk vervoerbedrijf Riga de gegevens heeft opgevraagd, ten tijde van het ongeval minderjarig was?
(1) PB L 281,31 .
Full & Egal Universal Law Academy