4.4.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 118/13
Beroep ingesteld op 1 februari 2016 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-58/16)
(2016/C 118/16)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en L. Nicolae, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland
Conclusies
—
voor recht verklaren dat de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 2, lid 3, alsook de artikelen 6, 7 en 9 van richtlijn 2005/65/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens, niet is nagekomen doordat zij er niet voor heeft gezorgd dat voor alle havens in Noordrijn-Westfalen de grenzen worden vastgesteld, havenveiligheidsbeoordelingen en veiligheidsplannen worden goedgekeurd en een havenveiligheidsfunctionaris wordt erkend;
—
de Bondsrepubliek Duitsland verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Krachtens artikel 6 van richtlijn 2005/65/EG moeten de lidstaten ervoor zorgen dat voor elke onder deze richtlijn vallende haven een havenveiligheidsbeoordeling wordt uitgevoerd en door de betrokken lidstaat wordt goedgekeurd. Deze havenveiligheidsbeoordelingen moeten volgens bijlage I bij die richtlijn alle gebieden vaststellen die voor de havenveiligheid relevant zijn, en daarmee ook de havengrenzen.
Op grond van artikel 2, lid 3, stellen de lidstaten voor elke haven de grenzen vast en houden zij daarbij in voorkomende gevallen rekening met de informatie van de havenveiligheidsbeoordeling. In artikel 2, lid 4, wordt het geval behandeld waarin de grenzen van een havenfaciliteit in de zin van verordening (EG) nr. 725/2004 (2) precies overeenkomen met die van de haven.
Bij een in 2013 uitgevoerde inspectie is aan het licht gekomen dat havenveiligheidsbeoordelingen ontbraken voor ten minste elf onder richtlijn 2005/65/EG vallende havens in Noordrijn-Westfalen. Blijkens latere briefwisseling is deze situatie sindsdien ongewijzigd.
Van minstens evenveel havens zijn de grenzen niet vastgesteld, aangezien de vaststelling van de havengrenzen op haar beurt berust op de havenveiligheidsbeoordeling, zoals hierboven is uiteengezet.
Derhalve staat vast dat Duitsland artikel 2, lid 3, en artikel 6 van richtlijn 2005/65/EG niet naar behoren heeft toegepast.
Krachtens artikel 7 van richtlijn 2005/65/EG moeten de lidstaten ervoor zorgen dat voor elke onder de richtlijn vallende haven een havenveiligheidsplan wordt opgesteld en door de betrokken lidstaat wordt goedgekeurd.
In hun schrijven van 21 augustus 2013 hebben de Duitse autoriteiten erkend dat voor ten minste elf onder de richtlijn vallende havens in Noordrijn-Westfalen havenveiligheidsplannen ontbraken. Blijkens latere briefwisseling is deze situatie sindsdien ongewijzigd.
Derhalve staat vast dat Duitsland artikel 7 van richtlijn 2005/65/EG niet naar behoren heeft toegepast.
Krachtens artikel 9 van richtlijn 2005/65/EG moet voor elke onder deze richtlijn vallende haven een havenveiligheidsfunctionaris worden erkend.
In hun schrijven van 21 augustus 2013 hebben de Duitse autoriteiten toegegeven dat voor meerdere onder de richtlijn vallende havens in Noordrijn-Westfalen geen havenveiligheidsfunctionarissen waren erkend. Blijkens latere briefwisseling is deze situatie sindsdien ongewijzigd.
Derhalve staat vast dat Duitsland artikel 9 van richtlijn 2005/65/EG niet naar behoren heeft toegepast.
(1) PB L 310, blz. 28.
(2) PB L 129, blz. 6.
Full & Egal Universal Law Academy