2.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/25
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio (Italië) op 10 februari 2016 — Giovanni Pesce e.a./Presidenza del Consiglio dei Ministri — Dipartimento della Protezione Civile e.a.
(Zaak C-78/16)
(2016/C 156/34)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Giovanni Pesce, Cosima Tomaselli, Angela Tomaselli
Verwerende partijen: Presidenza del Consiglio dei Ministri — Dipartimento della Protezione Civile, Commissario delegato OCDPC n. 225/2015, Ministero delle Politiche Agricole e Forestali, Regione Puglia
Prejudiciële vragen
1)
Staan de artikelen 11, lid 3, 13 quater, lid 7, 16, leden 1, 2, 3 en 5, van richtlijn 2000/29/EG (1), zoals aangevuld en gewijzigd, en de beginselen van evenredigheid, logica en redelijkheid in de weg aan de toepassing van artikel 6, leden 2 en 4, van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU (2) van de Europese Commissie, omgezet in Italiaans recht bij artikel 8, leden 2 en 4, van het besluit van de minister van landbouw-, voedsel- en bosbeleid, voor zover het de onmiddellijke verwijdering oplegt, van de waardplanten, los van hun gezondheidstoestand, binnen een straal van 100 meter rond de planten die zijn getest en waarvan werd vastgesteld dat zij zijn besmet met bedoeld organisme, en dat bepaalt dat de lidstaat, vóór de verwijdering van de in lid 2 vermelde planten, geschikte fytosanitaire behandelingen moet uitvoeren tegen de vectoren van bedoeld organisme en tegen de planten die als waardplanten voor de vectoren kunnen fungeren, waaronder, indien van toepassing, de verwijdering van planten?
2)
Staat artikel 16, lid 1, van richtlijn 2000/29/EG, zoals aangevuld en gewijzigd, met de bewoording „alle noodzakelijke maatregelen om de schadelijke organismen uit te roeien of, indien dat niet mogelijk is, in te dijken”, in de weg aan de toepassing van artikel 6, lid 2, van besluit 2015/789/EU van de Europese Commissie, omgezet in Italiaans recht bij artikel 8, lid 2, van het besluit van de minister van landbouw-, voedsel- en bosbeleid, voor zover het de onmiddellijke verwijdering oplegt van de waardplanten, los van hun gezondheidstoestand, binnen een straal van 100 meter rond de planten die zijn getest en waarvan werd vastgesteld dat zij zijn besmet met bedoeld organisme?
3)
Staan artikel 16, leden 1, 2, 3 en 5 van richtlijn 2000/29/EG en de beginselen van evenredigheid, logica en goede rechtsgang, in de weg aan een uitlegging van artikel 6, leden 2 en 4, van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU van de Europese Commissie, omgezet in Italiaans recht bij artikel 8, leden 2 en 4, van het besluit van de minister van landbouw-, voedsel- en bosbeleid, in de zin dat de uitroeiingsmaatregel, waarvan sprake in lid 2, kan worden opgelegd vóór, en onafhankelijk van, de preventieve toepassing, zoals voorzien in voornoemd artikel 6, leden 3 en 4?
4)
Staan de beginselen van voorzorg, geschiktheid en evenredigheid in de weg aan de toepassing van artikel 6, leden 2, 3 en 4, van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU van de Europese Commissie, omgezet in Italiaans recht bij artikel 8, leden 2 en 4, van het besluit van de minister van landbouw-, voedsel- en bosbeleid, door maatregelen tot uitroeiing van de waardplanten op te leggen, binnen een straal van 100 meter rond de planten waarvan werd vastgesteld dat zij zijn besmet met het organisme „Xylella fastidiosa (Wells et al.)”, zonder wetenschappelijke onderbouwing die met zekerheid aantoont dat er een causaal verband is tussen de aanwezigheid van het organisme en de verdorring van de besmette planten?
5)
Staan artikel 296, lid 2, WEU en artikel 41 van het Handvest van Nice, in de weg aan de toepassing van artikel 6, leden 2 en 4, van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU van de Europese Commissie, voor zover het voorziet in de onmiddellijke verwijdering van de waardplanten, los van hun gezondheidstoestand, binnen een straal van 100 meter rond de planten die zijn getest en waarvan werd vastgesteld dat zij besmet zijn met bedoeld organisme?
6)
Staan de beginselen van geschiktheid en evenredigheid in de weg aan de toepassing van uitvoeringsbesluit 2015/789/EU van de Europese Commissie, omgezet in Italiaans recht door het besluit van de minister van landbouw-, voedsel- en bosbeleid, dat voorziet in maatregelen tot verwijdering van waardplanten, ongeacht hun gezondheidstoestand, planten waarvan bekend is dat zij zijn besmet met bedoeld organisme en planten die symptomen vertonen die op besmetting met het organisme „Xylella fastidiosa (Wells et al.)” kunnen wijzen of, die vermoedelijk door dat organisme zijn besmet, zonder te voorzien in enige vorm van vergoeding voor de eigenaars die niet schuldig zijn aan de verspreiding van het nader omschreven organisme?
(1) Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169, blz. 1).
(2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 van de Commissie van 18 mei 2015 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PB L 125, blz. 36).
Full & Egal Universal Law Academy