2.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/28
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Provincial de Alicante, Sección octava (Spanje) op 15 februari 2016 — The Irish Dairy Board Co-operative Limited/Tindale & Stanton Ltd España, S.L.
(Zaak C-93/16)
(2016/C 156/37)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Audiencia Provincial de Alicante, Sección octava
Partijen in het hoofdgeding
Appellante: The Irish Dairy Board Co-operative Limited
Geïntimeerde: Tindale & Stanton Ltd España, S.L.
Prejudiciële vragen
1)
Kan artikel 9, lid 1, onder b), van de merkenverordening (1) — voor zover het de houder van een gemeenschapsmerk slechts toestaat een derde die niet zijn toestemming daartoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer in de daarin vastgestelde gevallen te verbieden indien gevaar voor verwarring bestaat — in het licht van het vereiste dat het gemeenschapsmerk als een eenheid wordt behandeld aldus worden uitgelegd dat gevaar voor verwarring uitgesloten is wanneer het oudere gemeenschapsmerk gedurende jaren in twee lidstaten van de Unie zonder enig probleem naast soortgelijke nationale merken bestaat, omdat de houder van eerstbedoeld merk dat duldt, zodat het ontbreken van gevaar voor verwarring in die twee lidstaten wordt geacht ook te gelden in andere lidstaten of in de gehele Unie?
2)
Kunnen in de in de eerste vraag bedoelde situatie omstandigheden van geografische, demografische, economische of andere aard die kenmerkend zijn voor de staten waar die merken naar elkaar bestaan, in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van het gevaar voor verwarring, zodat het ontbreken van gevaar voor verwarring in die staten kan worden geacht ook te gelden voor een derde lidstaat of voor de Unie in haar geheel?
3)
Wat de in artikel 9, lid 1, onder c), van de merkenverordening bedoelde situatie betreft, moet deze bepaling in het licht van het vereiste dat het gemeenschapsmerk als een eenheid wordt behandeld, aldus worden uitgelegd dat, wanneer het oudere merk gedurende een zeker aantal jaren in twee lidstaten van de Unie naast het litigieuze teken bestaat zonder dat de houder van het oudere merk daartegen is opgekomen, de tolerantie van die houder ten aanzien van het gebruik van het jongere teken in die twee staten in het bijzonder kan worden geacht ook te gelden voor de rest van het grondgebied van de Unie, zulks teneinde uit te maken of het gebruik van een jonger teken door een derde op een geldige reden berust?
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy