11.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 251/3
Beroep ingesteld op 18 maart 2016 – Europese Commissie/Helleense Republiek
(Zaak C-160/16)
(2016/C 251/04)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Zavvos en K. Talabér-Ritz)
Verwerende partij: Helleense Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Helleense Republiek, door geen verslag in te dienen over de kostenoptimale niveaus als bepaald in artikel 5, lid 2, van richtlijn 2010/31/EU (1) van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, zoals aangevuld bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 244/2012 (2) van de Commissie van 16 januari 2012, waarbij een vergelijkend methodologisch kader is vastgesteld voor het berekenen van kostenoptimale niveaus van minimumenergieprestatie-eisen voor gebouwen en onderdelen van gebouwen, de krachtens deze bepaling op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Helleense Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Op 18 maart 2016 heeft de Europese Commissie beroep ingesteld tegen de Helleense Republiek, waarin zij het Hof van Justitie verzoekt vast te stellen dat de Helleense Republiek, door geen verslag in te dienen over de kostenoptimale niveaus als bepaald in artikel 5, lid 2, van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, zoals aangevuld bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 244/2012 van de Commissie van 16 januari 2012, waarbij een vergelijkend methodologisch kader is vastgesteld voor het berekenen van kostenoptimale niveaus van minimumenergieprestatie-eisen voor gebouwen en onderdelen van gebouwen, de krachtens deze bepaling op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2.
De Commissie stelt dat de Griekse autoriteiten, niettegenstaande herhaalde verzoeken daartoe, nog geen definitief verslag hebben toegezonden over de kostenoptimale niveaus van de minimumeisen inzake energieprestatie voor gebouwen en onderdelen van gebouwen, met gebruikmaking van het vergelijkend methodologisch kader dat is vastgesteld bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 244/2012 van de Commissie, en dat bijgevolg artikel 5, lid 2, van richtlijn 2010/31/EU is geschonden.
(1) PB L 153 van 18.6.2010, blz. 13.
(2) PB L 81 van 21.3.2012, blz. 18.