6.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/11
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia n.o 2 de Santander (Spanje) op 23 maart 2016 — Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, S.A./Fernando Quintano Ujeta en María Isabel Sánchez García
(Zaak C-167/16)
(2016/C 200/16)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia n.o 2 de Santander
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, S.A.
Verwerende partijen: Fernando Quintano Ujeta en María Isabel Sánchez García
Prejudiciële vragen
1)
Is het verenigbaar met de artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG (1) van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, dat een als oneerlijk aangemerkt beding inzake vervroegde opeisbaarheid, dat de grondslag vormt van een executieprocedure, geen gevolgen heeft in de gerechtelijke procedure waarin de oneerlijkheid wordt vastgesteld?
2)
Is een uitlegging die de gevolgen van de kwalificatie van een beding inzake vervroegde opeisbaarheid als oneerlijk afhankelijk stelt van de specifieke kenmerken van de procedures waartussen de verkoper kan kiezen, verenigbaar met de artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13?
3)
Is een uitlegging volgens welke, ook indien een standaardbeding in een duurovereenkomst vervroegde opeisbaarheid op grond van niet ernstige niet-nakoming toestaat met als gevolg een voor de consument nadeligere situatie dan wanneer de aanvullende procesrechtelijke regel zou zijn gehanteerd, het beding niet nietig zou zijn louter omdat er in het nationale procesrecht een regel ter correctie bestaat die alleen toepasselijk is in de specifieke door de verkoper gekozen procedure en uitsluitend indien bepaalde omstandigheden zich voordoen, in overeenstemming met artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13?
4)
Is artikel 693, lid 3, LEC (2) voor de consument een geschikt en doeltreffend middel om de gevolgen van een oneerlijk beding inzake vervroegde beëindiging ongedaan te maken, gelet op het feit dat hij de rente en kosten moet betalen?
5)
Eerbiedigt een nationale wettelijke procedureregeling die de consument rechten toekent die hij kan uitoefenen in een bijzonder voortvarende executieprocedure waarvoor de verkoper kan kiezen naast andere ter beschikking staande alternatieven, waarin dergelijke rechten niet bestaan, het doeltreffendheidsbeginsel van richtlijn 93/13 en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (3)?
(1) PB L 95, blz. 29.
(2) Ley de Enjuiciamiento Civil (Spaanse wet op de burgerlijke rechtsvordering).
(3) PB 2000, C 364, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy