18.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk) op 12 april 2016 – Majid alias Madzhdi Shiri
(Zaak C-201/16)
(2016/C 260/23)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker in „Revision”: Majid alias Madzhdi Shiri
Betrokken instantie: Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de bepalingen van verordening nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, die voorzien in het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen een overdrachtsbesluit (1), en meer bepaald artikel 27, lid 1, in het licht van overweging 19 van die verordening aldus worden uitgelegd dat een asielzoeker kan aanvoeren dat de verantwoordelijkheid is komen te berusten bij de verzoekende lidstaat omdat de overdrachtstermijn van zes maanden is verstreken (artikel 29, lid 2, juncto artikel 29, lid 1, van verordening nr. 604/2013)?
Voor het geval dat de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2)
Treedt de overgang van de verantwoordelijkheid ingevolge artikel 29, lid 2, eerste volzin, van verordening nr. 604/2013 alleen in wanneer geen overdracht heeft plaatsgevonden tijdens de duur van de overdrachtstermijn, of is voor de overdracht van de verantwoordelijkheid op grond van het verstrijken van een termijn ook vereist dat de verantwoordelijke lidstaat de verplichting tot overname of terugname van de betrokkene niet op zich heeft willen nemen?
(1) PB L 180, blz. 31.