6.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/14
Beroep ingesteld op 12 april 2016 — Europese Commissie/Helleense Republiek
(Zaak C-202/16)
(2016/C 200/20)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Patakia en E. Sanfrutos Cano)
Verwerende partij: Helleense Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Helleense Republiek, door de gebrekkige functionering te dulden van de afvalstortplaats van Temploni, die niet voldoet aan de voorwaarden en vereisten van de milieuregeling van de Unie die is vervat in artikel 13 van richtlijn 2008/98/ΕG (1) betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, en in de artikelen 8, onder a), en 11, lid 1, van richtlijn 99/31/EG (2) betreffende het storten van afvalstoffen, alsmede in bijlage I daarbij, de krachtens deze bepalingen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Helleense Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
De onderhavige zaak betreft de niet-nakoming, door de Helleense Republiek, van de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 13 van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, en krachtens de artikelen 8, onder a), en 11, lid 1, van richtlijn 99/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen, alsmede krachtens bijlage I daarbij. De schending van deze bepalingen betreft de functionering van de afvalstortplaats van Temploni op Corfu.
2.
Voorwerp van het onderhavige beroep zijn de gebrekkige functionering van de afvalstortplaats van Temploni en de schadelijke milieugevolgen ervan, samen met het verzuim van de Griekse autoriteiten om de noodzakelijke, maatregelen vast te stellen als voorzien in de Europese regelgeving, opdat de afvalstortplaats met volledige inachtneming van de voorwaarden en de vereisten van de milieuregeling van de Unie kan functioneren.
3.
De Commissie heeft tijdens de niet-nakomingprocedure gewezen op een reeks problemen betreffende het slecht functioneren van de afvalstortplaats, welke bij verschillende door de bevoegde Griekse autoriteiten verrichte inspecties ter plaatse tussen 2009 en 2012 zijn vastgesteld.
4.
In hun laatste antwoord, van 23 maart 2015, hebben de Griekse autoriteiten de Commissie ervan in kennis gesteld dat:
—
een nieuw voorstel is ingediend tot wijziging van de milieuvergunning van de afvalstortplaats, teneinde een reeks werkzaamheden te bepalen die moeten worden verwezenlijkt opdat de stortplaats adequaat kan functioneren;
—
na de inspectie ter plaatse op 8 augustus 2014 (en de vaststelling van nieuwe inbreuken) is door de regionale autoriteiten de bestuurlijke sanctieprocedure tegen de beheerder van de afvalstortplaats heropend;
—
aan de uitvoering van verschillende noodzakelijke werkzaamheden wordt momenteel gewerkt, bijvoorbeeld die voor het beheer van biogas (de Commissie merkt op dat de Griekse autoriteiten er thans voor het eerst op wijzen dat de wijziging van de milieuvergunning van de afvalstortplaats een noodzakelijke voorwaarde voor de voltooiing van die werkzaamheden vormt);
—
de procedure van het zoeken naar een plaats voor een nieuwe op het eiland te bouwen afvalstortplaats is nog niet afgerond.
5.
De Commissie meent dat het duidelijk is dat de stortplaats in Temploni nog steeds niet op bevredigende wijze functioneert en dat, hoewel enkele aspecten van het disfunctioneren zijn beëindigd, andere zijn blijven bestaan, waarvan geen uitputtende lijst kan worden gegeven vanwege de constante ontwikkeling ervan. Hoe dan ook, en ongeacht het exacte aantal inbreuken, is het volgens de Commissie duidelijk (en de Griekse autoriteiten betwisten dit niet) dat de afvalstortplaats functioneert zonder in overeenstemming te zijn met de voorschriften van de twee bovengenoemde richtlijnen. Niettegenstaande het feit dat bij de inspecties ter plaatse aanzienlijke gebreken in de functionering van de afvalstortplaats zijn geconstateerd, blijven de Griekse autoriteiten dulden dat de activiteiten ervan worden voortgezet.
(1) PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.
(2) PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy