11.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 251/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Supremo Tribunal de Justiça (Portugal) op 27 april 2016 – José Rui Garrett Pontes Pedroso/Netjets Management Limited
(Zaak C-242/16)
(2016/C 251/17)
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Supremo Tribunal de Justiça
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: José Rui Garrett Pontes Pedroso
Verwerende partij: Netjets Management Limited
Prejudiciële vragen
1)
Kan in de feitelijke context van het onderhavige geval – de werknemer is piloot in de burgerluchtvaart en de door hem volgens zijn arbeidsovereenkomst verrichte werkzaamheid bestrijkt het hele Europese luchtgebied – de „plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt” of de „laatste plaats waar hij gewoonlijk heeft gewerkt” in de zin van artikel 19, lid 2, onder a), van verordening nr. 44/2001 (1) worden bepaald?
2)
Bij een bevestigend antwoord op de eerste vraag, dat wil zeggen ingeval die plaats kan worden bepaald:
i)
Moet/kan onder de „plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt” in de zin van bovenvermelde bepaling van gemeenschapsrecht worden verstaan de plaats van de luchthaven waar het door de piloot te besturen vliegtuig staat en van waaruit de reis waarmee deze de uitoefening van zijn functie begint, een aanvang neemt?
En/of moet/kan daaronder worden verstaan de plaats die partijen aanduiden als gateway airport, van waaruit de werknemer wordt vervoerd naar de luchthaven waar het door hem de besturen vliegtuig staat, en waarnaar hij terugkeert?
En/of moet/kan eronder worden verstaan de plaats waar de door de werknemer te besturen vliegtuigen geregistreerd staan?
En/of moet/kan eronder worden verstaan de plaats van waaruit de werknemer instructies, mededelingen en informatie ontvangt over de uit te voeren vluchten, over de diverse aspecten van zijn betrekkingen met verweerster en over de gang van zaken die tot beëindiging van die betrekkingen leidt?
ii)
Moet/kan onder „laatste plaats waar hij gewoonlijk heeft gewerkt” in de zin van bovenvermelde bepaling van gemeenschapsrecht worden verstaan de plaats van de luchthaven waar het vliegtuig stond dat de piloot het laatst heeft bestuurd voordat zijn arbeidsovereenkomst werd beëindigd?
Of moet/kan daaronder veeleer worden verstaan de door partijen als gateway airport aangeduide plaats, van waaruit de piloot voordat zijn arbeidsovereenkomst werd beëindigd voor het laatst is vervoerd naar de luchthaven waar het door hem bestuurde vliegtuig stond en waarnaar hij vervolgens is teruggekeerd?
3)
Kan in de feitelijke context van het onderhavige geval onder de uitdrukking „vestiging […] die de werknemer in dienst heeft genomen” in artikel 19, lid 2, onder b), van verordening nr. 44/2001 worden verstaan het „centrum van werkzaamheden” van de onderneming die in de met de werknemer gesloten arbeidsovereenkomst als werkgever wordt vermeld, waar de aanwerving van piloten plaatsvindt (door de ontvangst en de behandeling van sollicitaties) en waar de piloten hun initiële en aanvullende opleiding krijgen, ook al bevindt dat „centrum van werkzaamheden” zich bij een andere onderneming, die er juridisch van gescheiden is, ofschoon beide tot dezelfde groep van ondernemingen behoren?
4)
Kan in de feitelijke context van het onderhavige geval onder de uitdrukkingen „hoofdbestuur” of „hoofdvestiging” in de zin van artikel 60, punt 1, onder b) en c), van verordening nr. 44/2001 worden verstaan het „centrum van werkzaamheden” van de onderneming die in de met de werknemer gesloten arbeidsovereenkomst als werkgever wordt vermeld, waar alle aspecten van de verrichtingen van die onderneming worden gestuurd (van het toezicht op het onderhoud, het luchtverkeer en de vluchtplanning, het onderhoud en de bemanning van de vliegtuigen tot de grondafhandeling en de catering) en van waaruit alle instructies aan de piloten worden gegeven, waar dezen hun initiële en hun aanvullende opleiding krijgen, waar personeelszaken en disciplinaire aangelegenheden of klachten worden behandeld, ook al bevindt dat „centrum van werkzaamheden” zich bij een andere onderneming, die er juridisch van gescheiden is, ofschoon beide tot dezelfde groep van ondernemingen behoren?
5)
Moet, gelet op overweging 13 van verordening nr. 44/2001, waarin wordt verklaard dat in het geval van verzekerings-, consumenten- en arbeidsovereenkomsten de zwakke partij moet worden beschermd door bevoegdheidsregels die gunstiger zijn voor haar belangen dan de algemene regels, artikel 19, lid 2, onder b), van verordening nr. 44/2001 op de voor de werknemer gunstigste wijze worden uitgelegd?
(1) Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1).