18.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/29
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein oikeus (Finland) op 9 mei 2016 – Finnair Oyj/Keskinäinen Vakuutusyhtiö Fennia
(Zaak C-258/16)
(2016/C 260/37)
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein oikeus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finnair Oyj
Verwerende partij: Keskinäinen Vakuutusyhtiö Fennia
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 31, lid 4, van het Verdrag van Montreal aldus te worden uitgelegd dat voor het behoud van de rechtsvordering, het protest niet alleen tijdig, maar ook schriftelijk in de zin van artikel 31, lid 3, wordt gedaan?
2)
Indien voor het behoud van de rechtsvordering is vereist dat het tijdige protest in schriftelijke vorm wordt gedaan, dient artikel 31, lid 3, van het Verdrag van Montreal dan aldus te worden uitgelegd dat aan het vereiste van schriftelijke vorm kan worden voldaan met elektronische middelen, daaronder begrepen registratie van de gemelde schade in het informatiesysteem van de vervoerder?
3)
Staat het Verdrag van Montreal in de weg aan een uitlegging volgens welke aan het vereiste inzake schriftelijke vorm wordt geacht te zijn voldaan wanneer een vertegenwoordiger van de luchtvaartmaatschappij, met medeweten van de passagier, de schadeaangifte/het protest in schriftelijke vorm, op papier of elektronisch, in het systeem van de vervoerder opneemt?
4)
Worden in artikel 31 van het Verdrag van Montreal andere inhoudelijke eisen aan het protest gesteld dan dat de vervoerder in kennis wordt gesteld van de veroorzaakte schade?