1.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 279/17
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social n.o 2 de Terrassa (Spanje) op 13 mei 2016 — Elena Barba Giménez/Francisca Carrión Lozano
(Zaak C-269/16)
(2016/C 279/23)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social n.o 2 de Terrassa
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Elena Barba Giménez
Verwerende partij: Francisca Carrión Lozano
Prejudiciële vragen
1)
Zijn de artikelen 6, lid 1, onder d), en 7, lid 2, van richtlijn 2005/29/EG (1) van toepassing op de situatie waarin de tarieven van een beroepsbeoefenaar zijn geregeld middels een wettelijke bepaling? Zo ja, moet dan richtlijn 2005/29/EG aldus worden uitgelegd dat een regeling als die van artikel 36 van wet 1/1996, waarin de toepassing van het wettelijk geregelde tariefstelsel verplicht is gesteld ondanks het feit dat de ondernemer zich schuldig maakt aan misleidende handelingen of omissies met betrekking tot de prijs voor zijn dienstverrichting, met die richtlijn in strijd is?
2)
Moet artikel 101 VWEU in die zin worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een bepaling als die van artikel 36 van wet 1/1996, die de beloning van advocaten die diensten verlenen binnen het systeem van de kosteloze rechtsbijstand, wanneer de vordering wordt toegewezen, onderwerpt aan een tarief dat eerder door diezelfde advocaten is vastgesteld, zonder dat de autoriteiten van de lidstaat daarvan kunnen afwijken?
Voldoet deze bepaling aan de eisen van noodzakelijkheid en evenredigheid, genoemd in artikel 15, lid 3, van richtlijn 2006/123/EG (2)?
3)
Moet artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie in die zin worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een bepaling als die van artikel 36 van wet 1/1996, dat de verplichting regelt van de begunstigde van kosteloze rechtsbijstand, in geval van toewijzing van diens vordering zonder een veroordeling in de proceskosten, om aan de advocaat zijn honorarium te betalen overeenkomstig een tarief dat door een college van beroepsbeoefenaren is vastgesteld en dat meer dan 50 % bedraagt van het jaarbedrag van een uitkering van de Sociale Zekerheid?
(1) Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22).
(2) Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376, blz. 36).