12.9.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 335/30
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Najwyższy (Polen) op 17 mei 2016 — Polkomtel sp. z o.o./Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej
(Zaak C-277/16)
(2016/C 335/40)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Najwyższy
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Polkomtel sp. z o.o.
Verwerende partij: Prezes Urzędu Komunikacji Elektronicznej
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 13 in samenhang met artikel 8, lid 4, van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn) (1), in de oorspronkelijke versie, aldus worden uitgelegd dat een nationale regelgevende instantie die een exploitant met een aanmerkelijke marktmacht een verplichting inzake kostenoriëntering van prijzen oplegt, met het oog op de bevordering van efficiëntie en duurzame concurrentie voor een dienst die door deze verplichting wordt bestreken een prijs kan vaststellen die lager is dan de door de exploitant gedragen kosten voor het verrichten van die dienst die door de nationale regelgevende instantie zijn getoetst en erkend als kosten die in een oorzakelijk verband staan met deze dienst?
2)
Moet artikel 13, lid 3, in samenhang met artikel 8, lid 4, van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn), in de oorspronkelijke versie, in samenhang met artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat een nationale regelgevende instantie een exploitant met een verplichting inzake kostenoriëntering van prijzen kan verplichten de prijs jaarlijks vast te stellen op basis van de actueelste gegevens over de kosten en de aldus vastgestelde prijs met de kostenonderbouwing vóór invoering van deze prijs in het economisch verkeer ter toetsing aan de nationale regelgevende instantie voor te leggen?
3)
Moet artikel 13, lid 3, van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn), in de oorspronkelijke versie, in samenhang met artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat een nationale regelgevende instantie enkel aanpassing van de prijs door een exploitant met een verplichting tot kostenoriëntering van prijzen kan eisen wanneer deze exploitant eerst zelfstandig de hoogte van de prijs vaststelt en deze invoert, of ook wanneer de exploitant de prijs toepast die tevoren door de nationale regelgevende instantie is vastgesteld, maar uit de kostenonderbouwing voor de volgende rapportageperiode naar voren komt dat de tevoren door de nationale regelgevende instantie vastgestelde prijs hoger is dan de door de exploitant gedragen kosten?
(1) PB L 108, blz. 7.