25.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 270/36
Hogere voorziening ingesteld op 8 juni 2016 door Eurallumina SpA tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer — uitgebreid) van 22 april 2016 in de gevoegde zaken T-60/06 RENV II en T-62/06 RENV II, Italiaanse Republiek en Eurallumina SpA/Europese Commissie
(Zaak C-323/16 P)
(2016/C 270/39)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Eurallumina SpA (vertegenwoordigers: L. Martin Alegi, A. Stratakis, L. Philippou, solicitors)
Andere partijen in de procedure: Italiaanse Republiek en Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest vernietigen,
—
de beschikking (1) nietig verklaren voor zover de Italiaanse Republiek daarbij wordt gelast de steun terug te vorderen, of bij gebreke daarvan,
—
de zaak terugverwijzen naar het Gerecht,
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante voert één middel aan, dat uiteenvalt in vijf onderdelen. Zij stelt hiermee schending van het gemeenschapsrecht, in het bijzonder van het vertrouwensbeginsel en de motiveringsplicht. Concreet betoogt zij het volgende.
1.
Het Gerecht heeft het arrest van 10 december 2013 onjuist uitgelegd. Het heeft er namelijk een verplichting in gelezen om aan te nemen dat rekwirante vanaf de publicatie van de beschikking tot inleiding van de procedure op 2 februari 2002 geen gegronde verwachtingen meer kon koesteren.
2.
Als gevolg van die vergissing beantwoordde het optreden van het Gerecht niet aan het doel van de terugverwijzing en heeft het Gerecht rekwirantes argument dat zij gegronde verwachtingen mocht blijven koesteren niet beoordeeld dan wel tegen de achtergrond van een verkeerd voorgesteld rechtskader en onjuist beoordeeld.
3.
Zelfs bij de beoordeling die het tegen de achtergrond van dit verkeerd voorgestelde rechtskader heeft verricht, heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door aan te nemen dat de onredelijke vertraging van de Commissie bij de uitvoering van haar onderzoek, bij Eurallumina geen gegronde verwachtingen heeft kunnen doen ontstaan die in de weg staan aan de terugvordering van de steun.
4.
Het Gerecht heeft richtlijn 2003/96 (2) contra legem uitgelegd, in strijd met het gemeenschapsrecht en de beginselen voor de uitlegging daarvan.
5.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting doordat het rekwirantes argumenten inzake haar investeringen in de Sardijnse fabriek heeft afgewezen.
(1) Beschikking 2006/323/EG van de Commissie van 7 december 2005 betreffende de door, onderscheidenlijk, Frankrijk, Ierland en Italië ten uitvoer gelegde accijnsvrijstelling voor bij de productie van aluminiumoxide in de Gardanne, in de regio-Shannon en op Sardinië als brandstof gebruikte minerale oliën [Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4436] (PB L 119, blz. 12).
(2) Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283, blz. 51).