12.9.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 335/33
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Warszawie (Polen) op 10 juni 2016 — Piotr Zarski/Andrzej Stadnicki
(Zaak C-330/16)
(2016/C 335/45)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Okręgowy w Warszawie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Piotr Zarski
Verwerende partij: Andrzej Stadnicki
Prejudiciële vragen
1)
Is de verhuur van ruimten een dienst in de zin van artikel 2, punt 1, en artikel 3 (alsook de overwegingen 2, 3, 7, 11, 18 en 23) van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (1)?
2)
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moet dan, ingeval een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten, die huurovereenkomst of elke afzonderlijke „transactie” die de betaling van de huursom als tegenprestatie voor de beschikbaarstelling van de ruimten en aansluitingen vormt, worden aangemerkt als handelstransactie in de zin van artikel 1, lid 1, artikel 2, punt 1, artikel 3, artikel 6 en artikel 8 (alsook de overwegingen 1, 3, 4, 8, 9, 26 en 35) van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad [OMISSIS]?
3)
Indien op de tweede vraag wordt geantwoord dat elke betaling van de huursom als tegenprestatie voor de beschikbaarstelling van de ruimten en aansluitingen een handelstransactie is, moeten artikel 1, lid 1, artikel 2, punt 1, en artikel 12, lid 4 (alsook overweging 3) van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad [OMISSIS] dan in die zin worden uitgelegd dat de lidstaten huurovereenkomsten die voor 16 maart 2013 zijn gesloten, kunnen uitsluiten van de toepassing van de richtlijn wanneer de achterstand bij de betaling van de afzonderlijke huurtermijnen zich na deze datum voordoet?
(1) PB L 48, blz. 1.